- Aangemaakt door Inge De Cat, laatst bijgewerkt: mrt. 31, 2026 11 minuten leestijd
Rubrieken
Bijlage 2 rubriek 10b
Stadsontwikkelingsprojecten, met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen
Definities en begrippen
Stadsontwikkelingsprojecten
Algemeen
Volgens de Europese interpretatiegids moet de term ‘stadsontwikkelingsprojecten’ ruim geïnterpreteerd worden. De project-m.e.r.-richtlijn (85/337/EEG) beoogt immers dat projecten met mogelijk aanzienlijke milieueffecten, door hun aard, omvang of locatie, aan een milieubeoordeling worden onderworpen. Onder stadsontwikkelingsprojecten valt de bouw en/of exploitatie van projecten met gelijkaardige kenmerken als winkelcentra en parkeerterreinen. Deze projecten zijn stedelijk van aard zijn en veroorzaken een gelijkaardig type milieueffecten, zoals:
- geluids- en verkeershinder tijdens bouwfase
- verkeersgeneratie tijdens exploitatiefase
- ruimtegebruik
- infiltratievermindering
- visuele impact.
Voorbeelden
De Europese interpretatiegids vermeldt expliciet projecten zoals:
- woonontwikkelingen
- ziekenhuizen
- universiteiten
- sportstadia
- cinema’s, theaterzalen, concertzalen, cultuurzalen
- busstelplaatsen.
Daarnaast worden ook andere vergelijkbare projecten beschouwd als stadsontwikkelingsprojecten, zoals:
- gevangenissen
- rust- en verzorgingstehuizen
- hotelcomplexen1
- kinderdagverblijven
- scholen
- kantoren
- handelsruimten
- tentoonstellingsruimten, zoals expositieruimten, musea, tentoonstellingsruimten in functie van handelsactiviteiten (bv. toonzalen voor sanitair, keukens)
- sporthallen, openbare zwembaden, sportterreinen
- cultuurzalen, feest- of evenementenzalen, concertzalen
- congrescentra
- mortuaria (met ceremoniële ruimte), crematoria (met ceremoniële ruimte)
- religieuze gebedsinrichtingen.
Deze opsomming is echter niet-limitatief. Elk project moet geval per geval geïnterpreteerd worden.
![]()
Omvang
De term stadsontwikkelingsproject duidt evenwel op projecten met een zekere omvang. Kleinschalige initiatieven vallen in principe niet onder deze rubriek. Daarnaast impliceert de term ook een groter bedieningsgebied of intensiteit, met andere woorden groter dan bijvoorbeeld een individuele ambacht.
Voor bepaalde categorieën, zoals woningen en parkeerplaatsen, kan de omvang eenduidig bepaald worden op basis van aantallen (aantal wooneenheden of parkeerplaatsen). Andere categorieën, zoals handelsvoorzieningen, kantoren en praktijkruimten kunnen dan weer op basis van hun schaal beoordeeld worden. De schaal van de activiteit wordt hierbij beschouwd in relatie met de omvang van de eigenlijke activiteit.
Locatie
Volgens de Europese interpretatiegids en rechtspraak van het Europese Hof van Justitie (C-332/04) moet het project stedelijk van aard zijn, ongeacht de eigenlijke locatie ervan. Projecten met stedelijke kenmerken en impact kunnen dus ook buiten stedelijke gebieden onder deze rubriek vallen. Omgekeerd kunnen projecten binnen of dichtbij verstedelijkt gebied als stadsontwikkelingsprojecten worden beschouwd.
Multifunctioneel of monofunctioneel
Stadsontwikkelingsprojecten hoeven niet per se multifunctioneel te zijn2. Zowel projecten met één functie als met meerdere functies (bv. wonen en handel) vallen onder deze rubriek. Naast de locatie zou men zich ook kunnen afvragen of stadsontwikkelingsprojecten steeds “gemengde” projecten dienen te zijn, met andere woorden projecten met een combinatie van meerdere functies, bijvoorbeeld zowel wonen als handel.
Parkeerterreinen
Binnen de stadsontwikkelingsrubriek worden parkeerterreinen expliciet aangeduid. Hiermee worden grote open of overdekte ruimten bedoeld die bestemd zijn voor het stallen van motorvoertuigen. De Europese interpretatiegids vermeldt ook busstelplaatsen als projecten die gelijkaardige kenmerken. Daarmee worden zowel private als openbare busstelplaatsen beschouwd als parkeerterreinen in de context van stadsontwikkelingsprojecten.
Ook projecten die vergelijkbaar zijn met deze projecten qua functie of gelijkaardige kenmerken, zonder dat ze expliciet vermeld worden, dienen als parkeerterrein beschouwd te worden. Voorbeelden zijn: (ondergrondse) parkeergarages en parkeergebouwen.
Eén enkele parkeerplaats wordt niet beschouwd als een parkeerterrein en valt bijgevolg ook niet onder de rubriek stadsontwikkelingsprojecten. Onder deze rubriek worden die parkeerterreinen met 2 of meer parkeerplaatsen beschouwd op voorwaarde dat ze:
- een autonoom karakter hebben, of
- deel uitmaken van een bepaald stadsontwikkelingsproject (bv. bij grootschalige handelszaak).
Ook private parkeerterreinen met een publiek karakter en met 2 of meer parkeerplaatsen, zoals bedrijfsparkings die buiten de werkuren toegankelijk zijn voor het publiek, kunnen een bepaalde verkeersgeneratie teweegbrengen en vallen dus eveneens onder de stadsontwikkelingsrubriek.
Wanneer een parkeerterrein uitsluitend dient ter ondersteuning van een kleinschalig project (bv. een eengezinswoning, kleine handelszaak of praktijk) wordt het niet als stadsontwikkelingsproject beschouwd. Ook een parking die enkel gebruikt wordt voor een bedrijf dat op zich geen stadsontwikkelingsproject is, wordt niet beschouwd als stadsontwikkelingsproject. Indien echter bij een bestaand stadsontwikkelingsproject een nieuw parkeerterrein wordt aangelegd of een bestaand terrein wordt uitgebreid, dan geldt dit als een uitbreiding van het oorspronkelijke stadsontwikkelingsproject.
Woongelegenheden
Volgens de Vlaamse Wooncode (art. 2, §1, eerste lid, 31°) is een woning elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande. Eenzelfde onroerend goed kan meerdere woongelegenheden bevatten, zoals een appartementsgebouw. Deze definitie geldt ook voor woongelegenheid.
Voorbeelden van een woongelegenheid3:
- eengezinswoningen
- serviceflats
- appartementen
- studentenverblijven
- kamers in rust- en/of verzorgingsinstellingen.
Aangezien stadsontwikkelingsprojecten een zeker schaalgrootte impliceren, wordt een individuele woongelegenheid, zoals een ééngezinswoning niet als een stadsontwikkelingsproject beschouwd. Ook meerdere woongelegenheden die samen een bouwvolume van 1.000 m³ of minder hebben, vallen buiten deze rubriek. Verkavelingen in functie van een dergelijk project, namelijk meerdere woongelegenheden met een gezamelijk bouwvolume kleiner dan 1.000 m³, vallen niet onder de stadsontwikkelingsrubriek.
Combinaties zoals zorgwonen of kangoeroewonen, waarbij individuele woongelegenheid wordt aangevuld met een ondergeschikte wooneenheid voor maximaal 2 oudere of hulpbehoevende personen wordt niet als stadsontwikkelingsproject beschouwd.
Conclusie
Toetsingsschema stadsontwikkeling
Wat valt niet onder stadsontwikkelingsprojecten?
- 1 woongelegenheid, incl. bijhorende parkeervoorziening
- meerdere woongelegenheden met een totaal bouwvolume van 1.000 m³ of minder, incl bijhorende parkeervoorziening
- 1 individuele parkeerplaats
- meerdere parkeerplaatsen die niet bij een stadsontwikkelingsproject horen of geen autonoom karakter hebben
- een kleinschalige handelszaak met hoofdzakelijk lokaal bedieningsgebied (bv. bakker, slager, kapperszaak, nachtwinkel, krantenwinkel of gelijkaardig), incl. bijhorende parkeervoorziening
- een kleinschalig kantoor, incl. bijhorende parkeervoorziening
- kleinschalige praktijkruimte (bv. dokterspraktijk, verzekeringskantoor, advocatenkantoor of gelijkaardig), incl. bijhorende parkeervoorziening
- een combinatie van bovenstaande.
Wijzigings- en uitbreidingsrubriek
Naast de m.e.r.-rubriek met betrekking tot stadsontwikkelingsprojecten, bevat het m.e.r.-besluit onder bijlage 2 ook een rubriek 13 die betrekking heeft op wijzigingen en uitbreidingen van projecten die onder de bijlagen vallen. Deze rubriek is hier van toepassing bij vergunningsplichtige wijzigingen en uitbreidingen van een bestaand stadsontwikkelingsproject. De wijzigingen en/of uitbreidingen moeten wel een mogelijke intensiteitsverhoging van de activiteiten inhouden, ongeacht of deze intensiteitsverhoging op korte of op langere termijn plaatsvindt.
Voor algemene uitleg over wijzigings- en uitbreidingsrubrieken, zie aparte pagina.
Let op: wanneer een niet-stadsontwikkelingsproject door een vergunningsplichtige wijziging en/of uitbreiding een stadsontwikkelingsproject wordt, valt het project rechtstreeks onder rubriek 10b van bijlage 2 en niet onder rubriek 13. Ook de afbraak van een bestaand stadsontwikkelingsproject met vervanging door een nieuw stadsontwikkelingsproject van een ander type of met een andere functie wordt als een nieuw project beschouwd en valt dus rechtstreeks onder rubriek 10b. Enkel wanneer na afbraak dezelfde functie voorzien wordt, moet afgetoetst worden aan de wijzigings- en uitbreidingsrubriek, bijvoorbeeld bij de afbraak van een bestaande handelsruimte en vervanging door een nieuwe handelsruimte.
Onderhouds-4 en instandhoudingswerken vallen niet onder rubriek 13, noch onder rubriek 10b van bijlage 2.
Bij woongelegenheden:
Rubriek 13 is van toepassing bij:
- toename van het aantal woongelegenheden waarbij het totale bouwvolume vergroot en het uiteindelijke bouwvolume 1.000 m³ of meer bedraagt. vb. toevoegen van een verdieping met x aantal appartementen op een bestaand appartementsgebouw, wijzigen aantal wooneenheden verkavelingsvergunning
- toename van het aantal woongelegenheden binnen een bestaand bouwvolume en waarbij het uiteindelijke bouwvolume 1.000 m³ of meer bedraagt
Rubriek 13 is niet van toepassing bij:
- uitbreiding van het bouwvolume van één enkele woning waarbij het totaal aantal woongelegenheden niet toeneemt
- aanpassen van woning tot zorgwoning of kangoeroewoning voor de huisvesting van maximaal 2 oudere of hulpbehoevende personen
- bouwen van één grondgebonden woning aan een bestaande woning met wachtgevel (zoals rijwoning)
- slopen van enkele rijwoningen om een appartementsgebouw op te richten → valt rechtstreeks onder rubriek 10b
- verkavelingswijziging van een bestaande verkavelingsvergunning van twee loten waarop twee woongelegenheden kunnen gerealiseerd worden, die enkel de bouwdiepte vergroot
- verkavelingsvergunning voor het opsplitsen van één perceel naar twee percelen waarop twee woongelegenheden met een totaal bouwvolume van 1000 m³ kunnen gerealiseerd worden → valt rechtstreeks onder rubriek 10bde rubriek van stadsontwikkeling.
Bij handelsruimte:
Rubriek 13 is van toepassing bij:
- verhoging van de brutovloeroppervlakte van een handelsruimte binnen het bestaande volume van de betreffende handelsruimte
- verhoging van de brutovloeroppervlakte van een handelsruimte buiten het bestaande volume van de betreffende handelsruimte, (bv. bouwen van nieuwe winkelhal bij een bestaand winkelcentrum)
De oorspronkelijke handelsruimte kan zowel één enkele handelszaak als een winkelcentrum omvatten.
Niet van toepassing bij:
- aanpassen van een kleinschalige handelszaak tot een grootschalige handelszaak → valt rechtstreeks onder rubriek 10b.
Bij toename verkeersgeneratie:
Wanneer een wijziging of uitbreiding aan een bestaand stadsontwikkelingsproject een toename van de verkeersgeneratie van dit stadsontwikkelingsproject inhoudt, dan valt het project onder de wijzigings- en uitbreidingsrubriek. Rubriek 13 is van toepassing bij:
- toename van de verkeersgeneratie door een wijziging van een stadsontwikkelingsproject zonder functiewijziging. Bijvoorbeeld: de uitbreiding van een kantoorgebouw, het omvormen van een bestaande groothandelszaak met lage verkeersgeneratie naar een handelszaak met hoge verkeersgeneratie (vb.: een supermarkt, …)
- uitbreiden van de parking bij een bestaand stadsontwikkelingsproject (vb.: de uitbreiding van de parking bij een evenementenzaal)
Niet van toepassing bij:
- louter reorganiseren van een parking zonder dat deze reorganisatie gepaard gaat met een intensiteitswijziging.
Aandachtspunten project-m.e.r.-screening
Voor de opmaak van de project-m.e.r.-screening kan je gebruik maken van de project-m.e.r.-screeningstool (zie handleiding). In de project-m.e.r.-screening kan verwezen worden naar informatie die in andere documenten van het vergunningsaanvraagdossier is opgenomen. Het is niet nodig om de informatie dubbel ter beschikking te stellen. Meer informatie over de project-m.e.r.-screeningsprocedure vind je in de algemene handleiding project-m.e.r.-screening.
Volgende elementen kunnen aanleiding geven tot een meer uitgebreide screening:
- omvang van het project: aantal woongelegenheden, oppervlakte handelsruimte, verkeersgeneratie, genereren van pieken
- ligging van het project: in of nabij gevoelige/kwetsbare gebieden5
- het vereist zijn van een mobiliteitsstudie.
Indien het voorgenomen project kadert binnen een plan of programma waarvoor reeds een plan-MER of plan-m.e.r.-screening opgemaakt werd, geldt er nog steeds een verplichting tot opmaak van een project-m.e.r.-screeningsnota, vermits de effecten in het plan-MER of de plan-m.e.r.-screening op een algemener en dus minder gedetailleerd niveau beschreven en beoordeeld werden. Wel kunnen elementen uit dit plan-MER of uit de plan-m.e.r.-screening gehanteerd worden om de project-m.e.r.-screeningsnota op te stellen.
Algemeen
In functie van de realisatie van een nieuw project dienen zowel de effecten tijdens de aanlegfase als tijdens de exploitatiefase in de project-m.e.r.-screening besproken te worden. Typische effecten tijdens de aanlegfase zijn effecten ten gevolge van de aanleg van de benodigde infrastructuur door bijvoorbeeld bemaling, vergraving en werfverkeer. Effecten die optreden tijdens de exploitatiefase zijn het gevolg van het gebruik van de infrastructuur. De exploitatie kan gepaard gaan met onder andere geluidsemissies, luchtemissies en verkeersgeneratie.
Mobiliteit
- Kenmerkend voor deze projecten is de bijkomende verkeersgeneratie in de exploitatiefase. Afhankelijk van het type, de ligging en de omvang van het project zal het bijkomend aantal vervoersbewegingen3 variëren van verwaarloosbaar tot hoog. Ga in op:
- de ontsluiting van het verkeer: is deze verkeersonveilig (slechte zichtbaarheid, slechte oversteekbaarheid, verschillende modi die elkaar kruisen, …)
- de afwikkeling op de weg: is de capaciteit nog toereikend of niet, zorgen afslagbewegingen voor filevorming op de weg of op de parking, ...
- het aantal parkeerplaatsen: voorziet het project zelf voldoende parking zodat de parkeerdruk niet wordt afgewenteld op het openbaar domein? Een overaanbod aan parkeervoorzieningen is daarentegen ook niet gewenst vermits dit autogeneratie aanmoedigt en geen blijk geeft van een duurzaam ruimtegebruik.
- Voor bepaalde projecten is een mobiliteitsstudie verplicht, met als gevolg dat er naar de conclusies uit deze studie kan verwezen worden.
Lucht
- Bronnen: verkeersemissies (aanleg- en exploitatiefase) en gebouwverwarming.
- Impact van luchtemissies tijdens aanlegfase is meestal beperkt.
- Impact van luchtemissies tijdens exploitatiefase kan mogelijk aanzienlijk zijn. Criteria die een rol spelen:
- het aantal voertuigbewegingen dat het project genereert op een gemiddelde werkdag
- de omgeving waar de verkeersemissies worden uitgestoten: open omgeving of gesloten, bebouwde omgevingen
- huidige luchtkwaliteit in het studiegebied: voor verkeer wordt NO2-concentratie als maatstaf gebruikt (voor luchtkwaliteit: 16 µg/m³ (80% milieukweliteitsnorm 2030), voor gezondheid: 8 µg/m³(80% gezondheidskundige advieswaarde))
- De fijnstofemissies afkomstig van gebouwverwarming kunnen mogelijk aanzienlijk zijn als de gebouwen hoofdzakelijk worden verwarmd met houtkachels.
- Modellering kan nodig zijn om aan te tonen dat er geen belangrijke effecten te verwachten zijn.
- model CAR Vlaanderen: werd ontwikkeld voor het bepalen van binnenstedelijke luchtkwaliteit, voor korte afstanden tot de wegas
- model IMPACT: het doorrekenen van mobiliteitsscenario’s naar luchtkwaliteit voor wegtransport op autosnelwegen, gewestwegen en buitenstedelijke wegen in Vlaanderen
- als de gemodelleerde bijdrage groter is dan 0,1 µg/m³ is de bijdrage relevant voor gezondheid, is ze ook groter dan 0,2 μg/m³, dan is deze ook relevant voor luchtkwaliteit
- Voorbeelden mogelijke maatregelen:
- bevorderen van omschakeling naar andere vervoerswijzen
- beperken aanbod autoparkeerplaatsen
Bodem en grondwater
- Verontreiniging naar bodem en grondwater is minder frequent, maar aandacht is vereist bij:
- opslag van brandstoffen (bv. voor vrachtwagens) → indien conform VLAREM is het risico beperkt
- bestaande verontreiniging op of nabij de site
- grondverzet of bemaling die de bestaande toestand zou kunnen beïnvloeden.
- Indien bemaling nodig is, is extra aandacht nodig bij hoge grondwaterstand en/of grote ondergrondse constructies. Mogelijke maatregelen:
- een alternatieve bouwtechniek
- retourbemaling.
- Bij een grondwaterwinning, moet de diepte en het debiet (m³/jaar) opgegeven worden, evenals de grondwaterlaag waaruit het grondwater gewonnen wordt. Indien nodig moet de cumulatieve impact van bronbemaling en grondwaterwinning eveneens bekeken worden.
Geluid en trillingen
- Bronnen:
- aanlegfase: heien van palen, werfverkeer, ...
- exploitatiefase: laden en lossen, wegverkeer, koelinstallaties,…
- Criteria bij generatie van wegverkeer:
- verandering in vervoersbewegingen bedraagt meer dan 25% (komt overeen met 1 dB)
- er wonen mensen in de buurt van de wegen waarop de verhoging van de verkeersintensiteit zich voordoet
- het geluidsniveau ter hoogte van de woningen is al relatief hoog3
- Bij andere geluidsgenererende activiteiten, zoals muziekactiviteiten of een attractie, is een uitgebreider onderzoek enkel relevant als er specifieke maatregelen nodig zullen zijn om de VLAREM-normen te respecteren.
Licht
- Relevant bij:
- permanente verlichting van parkeerterreinen
- nachtelijke verlichting van gebouwen en attracties. Vooral zijdelingse of opwaarts gerichte verlichting kan tot negatieve effecten leiden.
Water
- Afvalwaterlozingen vooral relevant bij rechtstreekse lozingen op oppervlaktewater. Vermeld:
- waar het afvalwater op aangesloten wordt
- het type leiding (gemengd, gescheiden)
- projectgeïntegreerde maatregelen: bv. installeren van een KWS-afscheider bij grote verharde parkeerterreinen zodat het afstromend regenwater wordt gezuiverd vooraleer het wordt geloosd
- Overstromingsgevoeligheid: gebruik de watertoets- en overstromingskaarten.
- In effectief overstromingsgevoelig gebied: geef aan welke maatregelen of compensaties er worden voorzien om rekening te houden met het overstromingsregime. Dit houdt minimaal in dat vermeld wordt op welke wijze overstromingsvrij gebouwd zal worden en hoe de ruimte voor water zal behouden worden door een aangepaste bouwwijze, het uitwerken van compensaties, e.d.
- In mogelijk overstromingsgevoelig gebied volstaat het meestal om een aantal preventieve maatregelen te nemen.
- Waterlopen: geef aan wat de impact is van het voorgenomen project op de waterloop.
- Worden of er wijzigingen aangebracht worden aan het talud van de waterloop? Bij werken aan het talud van de waterloop moeten detailplannen worden toegevoegd van de aansluiting en de verstevigingen van het talud.
- Wordt de erfdienstbaarheidszone voor onderhoud gevrijwaard?
- ...
- Hemelwater: wanneer verharde oppervlaktes of overdekte constructies voorzien zijn, toon aan dat er voldaan wordt aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen.
Landschap, onroerend erfgoed of natuur
- Afhankelijk van de ligging ten opzichte van gebieden die waardevol zijn voor natuur of onroerend erfgoed
- Ga na of er natuur- of erfgoedwaarden (kunnen) geschaad of vernietigd worden
- Motiveer op basis van de intrinsieke waarde (te vinden in beschermingsbesluiten, inventarissen, enz.)
Andere
- Bij hoogbouw: windhinder, beschaduwing en invloed op radarinstallaties en luchtvaartroutes
Cumulatie
- Een uitgebreide motivering is voor deze projecten niet altijd noodzakelijk. Indien uit de andere vragen blijkt dat de bijdrage van het project ten opzichte van de bestaande situatie (o.a. inzake verkeer, lucht, verharding, enz.) miniem of te verwaarlozen is, kan een verwijzing naar deze vragen volstaan.
1. Voor hotelcomplexen in buitenstedelijke zones is de m.e.r.-rubriek inzake toerisme en recreatie (rubriek 12a) eerder van toepassing.
2. De Smedt, P. (LDR), Schoukens, H. (LDR) & Lavrysen L. (UGENT) (2010). “Overzicht en analyse van rechtspraak omtrent milieueffectrapportage”.
3. Ook een tweede verblijf wordt als een woongelegenheid beschouwd.
4. Art. 4.1.1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening definieert ‘onderhoudswerken’ als “werken, andere dan stabiliteitswerken, die het gebruik van een constructie voor de toekomst ongewijzigd veilig stellen door het bijwerken, herstellen of vervangen van geërodeerde of versleten materialen of onderdelen”.
5. gevoelig/kwetsbaar gebied: SBZ-gebied, VEN-gebied, natuurgebied, bosgebied en andere groene bestemmingen of bestemmingen met een ecologische waarde of belang, erfgoedlandschap, beschermd landschap, stads- of dorpsgezicht, monument of archeologische zone, bouwkundig erfgoed, waterwingebied of bijhorende beschermingszone type I of II, overstromingsgevoelig gebied
- Geen labels