
Algemeen: In de regelgeving wordt vaak de term ‘beveiligde zending’ gebruikt. Die wordt in artikel 2, 2° van het besluit gedefinieerd als een digitale of analoge beveiligde betekeningswijze. In afwachting van een digitale toepassing gebeurt dit via e-mail. |
Het ‘ontwerp van screening’ en de adviesvraag
De inhoud van het ‘ontwerp van screening’
De initiatiefnemer maakt een ‘ontwerp van screening’ op, dat minstens de volgende informatie bevat:
- een beschrijving en verduidelijking van het voorgenomen plan of voorgenomen programma, in voorkomend geval met inbegrip van de redelijke alternatieven en een afbakening van het gebied waarop het plan of programma betrekking heeft;
- de toetsing die de initiatiefnemer heeft gedaan conform artikel 4.3.2, §2, en 4.3.5, §1, van het decreet, aan de hand van de criteria, vermeld in bijlage I bij het decreet, met inbegrip van de redenen waarom geen plan-MER moet worden opgemaakt conform titel IV, hoofdstuk 4 van het decreet;
- in voorkomend geval, de systematische en wetenschappelijk verantwoorde analyse en evaluatie van de te verwachten gevolgen voor mens en milieu die al in het kader van andere rapportages of beoordelingen werden opgemaakt, die voldoen aan de essentiële kenmerken van een plan-MER zoals vermeld in artikel 4.2.1, tweede lid, van het decreet.
In het besluit wordt nog verduidelijkt dat “de gegevens, vermeld in het eerste lid, de gegevens zijn die redelijkerwijze mogen worden vereist, gelet op de stand van kennis die de initiatiefnemer op dat ogenblik heeft van het voorgenomen plan of programma”.
Raadpleging van de adviesinstanties
De initiatiefnemer vraagt advies over het ‘ontwerp van screening’ aan het VECM en de volgende instanties, tenzij die de initiatiefnemer zelf zijn:
- de deputatie(s) van de provincie(s) waarop het voorgenomen plan of programma milieueffecten kan hebben;
- de colleges van burgemeester en schepenen van de gemeenten waarop het voorgenomen plan of programma milieueffecten kan hebben;
- de betrokken instanties, vermeld in bijlage 3 van het uitvoeringsbesluit.
De initiatiefnemer kan daarnaast ook nog andere instanties raadplegen waarvan hij het advies nuttig acht.
De adviezen worden binnen 30 dagen na ontvangst van de adviesvraag bezorgd aan de initiatiefnemer. Op uitdrukkelijk gemotiveerd verzoek en in onderling overleg met de initiatiefnemer kan een langere termijn worden afgesproken.
Het vervolledigen van de screening door de initiatiefnemer
Na het verstrijken van de adviestermijn vervolledigt de initiatiefnemer het ‘ontwerp van screening’ tot de screening. De screening bevat dus de motivering uit het oogpunt van de initiatiefnemer dat geen plan-MER opgemaakt moet worden.
De screening op basis waarvan gemotiveerd kan worden dat voor het plan of programma geen milieubeoordeling vereist is, bevat ten minste de volgende gegevens:
- het ‘ontwerp van screening’
- de communicatie met de instanties en de uitgebrachte adviezen
- de motivering van de initiatiefnemer over de manier waarop rekening is gehouden met de uitgebrachte adviezen
Het VECM stelt de volgende praktische werkwijze voor:
- Voeg een kopie van de ontvangen adviezen toe, bv. in een extra hoofdstuk. Geef ook aan welke instanties niet reageerden.
- Bespreek de adviezen, bv. in een extra hoofdstuk. Dat kan ook in tabelvorm. Als in de adviezen aanpassingen aan de screeningsnota gevraagd worden, kan ofwel de screeningsnota aangepast worden ofwel in de bespreking onderbouwd worden waarom een aanpassing niet noodzakelijk is.
- Als de screening aangepast of aangevuld wordt, dan is het best dat de aanpassingen herkenbaar zijn ten opzichte van de oorspronkelijke tekst (bv. andere kleur, in een kader).
- Pas in dat geval de inhoudstafel aan en voeg eventueel een leeswijzer toe waarin geduid wordt dat de aanpassingen gemaakt werden als resultaat van de adviesronde en hoe deze herkenbaar zijn.
- Als uit één of meerdere adviezen blijkt dat de screeningsnota grondig aangepast of aangevuld moet worden, overweeg dan om de aangepaste versie opnieuw voor te leggen aan de adviesinstantie in kwestie (bv. als er een mobiliteitsstudie gevraagd en opgemaakt werd, ...).
- Zorg ervoor dat de screening bestaat uit één of een beperkt aantal documenten (met oog op de latere publicatie ervan)
Voor vele plannen is de initiatiefnemer tegelijkertijd ook de bevoegde overheid, bv. voor stedenbouwkundige verordeningen. Bij een planologisch attest is de initiatiefnemer echter de private (rechts-)persoon die de aanvraag tot planologisch attest stelt, terwijl de bevoegde overheid diegene is die de beslissing neemt over het planologisch attest. In dat geval bezorgt de initiatiefnemer de screening vervolgens aan de bevoegde overheid. Zie ook 6_Specifiek voor aanvragen tot planologisch attest. |
De motivering door de bevoegde overheid o.b.v. de screening
Motivering door de bevoegde overheid
De bevoegde overheid motiveert aan de hand van de criteria, vermeld in bijlage I, die bij het decreet is gevoegd, waarom het voorgenomen plan of programma geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben. Zij houdt daarbij rekening met de screening en de verleende adviezen.
Over de vorm van de motivatie is niets vastgelegd in de regelgeving. De volgende elementen kunnen opgenomen worden in de motivatie door de bevoegde overheid. - Volgens artikel 4.3.5 §2 van het DABM moet de bevoegde overheid aan de hand van de criteria, vermeld in bijlage I motiveren waarom het voorgenomen plan of programma geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben. Daarbij moet rekening gehouden worden met de screening en de verleende adviezen.
- De aanvraag tot planologisch attest / verordening / herziening of opheffing van een RUP/ vrijgavebesluit woonreservegebied is screeningsgerechtigd, zoals aangegeven in de screening. (Als deze toch niet correct zou zijn, neem dan de juiste redenering op in de motivatie. Zie ook de plan-m.e.r.-plichttool.)
- De screening bevat een beschrijving van de doelstellingen en reikwijdte van het plan en de daarop afgestemde analyse van de te verwachten milieueffecten.
- De screening bevat de nodige informatie over het voorgenomen plan en over de milieueffecten op de relevante milieudisciplines.
- In hoofdstuk x van de screening/bijlage x worden de adviezen besproken/samengevat/verwerkt. Afhankelijk van het dossier:
- Er wordt telkens aangegeven op welke wijze er mee omgegaan wordt.
- Op basis hiervan werd het ‘ontwerp van screening’ aangepast/aangevuld tot de ‘screening’.
- Er kan ook een algemene bespreking hiervan opgenomen worden (bv. over de aard van de adviezen in het algemeen, …).
- Als er n.a.v. de adviesvraag over de screening ook opmerkingen gegeven werden op het plan zelf, kan de volgende tekst mogelijk van toepassing zijn: Enkele adviesinstanties hebben ook opmerkingen over het plan zelf, nl … . Deze opmerkingen hebben echter geen betrekking op de beschrijving en beoordeling van de milieueffecten.
- In het screeningsdossier wordt duidelijk aangetoond dat de milieueffecten die het plan kan veroorzaken niet van die aard zijn dat zij als aanzienlijk beschouwd moeten worden.
- Rekening houdend met de in de screening opgenomen beschrijving van de kenmerken van het voorgenomen plan, van de effecten ervan en van de gebieden die door het plan kunnen worden beïnvloed (m.a.w. de criteria betreffende de screening volgens Bijlage I van het DABM) en met de verwerking van de adviezen, besluit de bevoegde overheid dat werd aangetoond dat het voorgenomen plan geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben.
|
Inlichten van de adviesinstanties
De bevoegde overheid bezorgt de screening en haar motivering aan de adviesinstanties.
Er is niet vastgelegd wanneer dit moet gebeuren. Dit kan nadat een beslissing genomen is over de screening (door middel van de motivering) en logischerwijze vóór of tegelijk met de hieronder beschreven bekendmaking voor het publiek.
Bekendmaking van de screening en de motivering
Andere bekendmakingen in het besluitvormingsproces voor het plan of programma blijven behouden. Daarnaast geldt ook het volgende:
Uiterlijk bij de definitieve vaststelling van het plan of programma zorgt de bevoegde overheid ervoor dat de screening en de motivering door het publiek kunnen worden geraadpleegd via de volgende kanalen:
- de internetsite van het VECM;
- in voorkomend geval, de internetsite van de bevoegde overheid;
- de internetsite van de gemeente of gemeenten waarop het voorgenomen plan of programma milieueffecten kan hebben.
Deze informatie blijft 60 dagen na de bekendmaking van het plan of programma raadpleegbaar voor het publiek.
Dit geldt niet voor de gegevens die conform artikel 4.4.1. van het decreet aan de openbaarheid worden onttrokken.