De emissies veroorzaakt door binnenvaart en zeevaart kunnen berekend worden met behulp van emissiefactoren. In uitzonderlijke gevallen kunnen ook de betalende emissiemodellen EMMOSS of EISS gebruikt worden. De MER-deskundige kan deze modellen niet zelf toepassen, maar kan dit vragen aan respectievelijk Transport & Mobility Leuven of VITO.

Vervolgens kunnen concentraties en depositie met IMPACT (standaard module) berekend worden met behulp van lijnbronnen. Voor scheepvaart kan warmte-inhoud meegenomen worden via lijnbronparameters. 

Volgende parameters1 moeten gebruikt worden bij invoer in IMPACT:

  • Indien onderscheid kan gemaakt worden tussen scheepstypes en tussen varen of liggen:


Varen

Liggen


Warmte-inhoud (MW)

Hoogte (m)

Warmte-inhoud (MW)

Hoogte (m)

Binnenvaart

0,150

5

0,150

5

Olietankers

1,902

32

2,563

29,6

Passagiersschepen

1,956

38,3

0,438

29,1

Conventioneel stukgoedschepen

0,751

18,5

0,069

15,2

Chemie/gastankers

1,238

21,8

0,597

20,3

Ro/ro-schepen

0,825

17,6

0,524

37,7

Koelschepen

2,542

27,6

0,452

19,1

Bulkcarrier

1,748

13,3

0,331

22,8

Andere scheepstypes

0,369

14,9

0,068

16,5

Containerschepen

3,876

35,2

0,408

30,8

Als geen onderscheid tussen varen en liggen kan gemaakt worden:


Warmte-inhoud (MW)Hoogte (m)

Binnenvaart

0,150

5

Olietankers

2,332

30,4

Passagiersschepen

0,969

32,3

Conventioneel stukgoedschepen

0,308

16,4

Chemie/gastankers

0,827

19,5

Ro/ro-schepen

0,629

30,7

Koelschepen

1,184

22,1

Bulkcarrier

0,827

19,5

Andere scheepstypes

0,173

15,9

Containerschepen

1,622

32,3

Als geen onderscheid tussen scheepstypes kan gemaakt worden:


Warmte-inhoud (MW)Hoogte (m)
Liggend

0,63

25

Varend

2,19

25

  • Bij de breedte moet de breedte van de vaargeul ingegeven worden. Voor binnenvaart wordt 25 meter aangeraden.
  • Spreiding op hoogte is de initiële verticale pluimdiameter. Voor scheepvaart wordt aangeraden om 4 meter te gebruiken.
  • Indien de beweegsnelheid van het schip niet gekend is, mag deze parameter op 0 gezet worden vermits deze parameter niet bepalend is voor de berekeningen.

De procentuele bijdrage van de deposities aan de kritische depositiewaarden (KDW) per habitattype moet berekend worden. Meer info: zie praktische wegwijzers ANB ‘eutrofiëring’ en ‘verzuring’ via de lucht.

Naast IMPACT zijn er betalende modellen (bvb. STACKS) waarmee concentraties en deposities berekend kunnen worden.

De gebruikte invoergegevens moeten in bijlage bij het MER gevoegd worden.



  1. Bron: VITO
  • No labels