De deskundige moet deze emissies zo goed mogelijk inschatten. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van emissiefactoren. In uitzonderlijke gevallen kan ook het betalende emissiemodel EMMOSS gebruikt worden. De MER-deskundige kan dit model niet zelf toepassen, maar kan dit vragen aan Transport & Mobility Leuven.
Vervolgens kunnen concentraties berekend worden in IMPACT (standaard module) door gebruik te maken van een lijnbron. Bij lijnbronnen kan rekening gehouden worden met pluimstijging maar voor dieseltreinen heeft dit nauwelijks invloed op de berekening. Er wordt aangeraden om geen rekening te houden met pluimstijging. Bij hoogte en breedte moeten de afmetingen van de schoorsteen van de trein gebruikt worden. Bij spreiding op hoogte wordt voor spoorverkeer aangeraden om de ingestelde defaultwaarde van 2 meter te behouden.
Om de depositie te berekenen moeten de concentraties vermenigvuldigd worden met de depositiesnelheid, beschikbaar via Geopunt:
De procentuele bijdrage van de deposities aan de kritische depositiewaarden (KDW) per habitattype moet berekend worden. Meer info: zie praktische wegwijzers ANB ‘eutrofiëring’ en ‘verzuring’ via de lucht:
De gebruikte invoergegevens moeten in bijlage bij het MER gevoegd worden.