Elke plan-m.e.r.-screening moet een ‘toets van de plan-m.e.r.-plicht’ of een motivatie dat het plan ‘screeningsgerechtigd’ is, bevatten. Dit houdt drie stappen in:

(1) nagaan of het voorgenomen plan of programma onder de definitie van plan of programma volgens het DABM valt,

(2) nagaan of het plan of programma onder de werkingssfeer valt zoals bepaald in het DABM, en

(3) nagaan of dit specifiek plan of programma van rechtswege plan-MER-plichtig dan wel screeningsgerechtigd is. 

De soorten plannen waarvoor deze gids bedoeld is (een RUP, een aanvraag tot planologisch attest, een herziening of opheffing van voorschriften volgens artikel 7.4.4/1 van de VCRO, een vrijgave van een woonreservegebied) vallen allemaal onder de definitie van plan of programma (1) en onder de werkingssfeer (2). Dat kan kort aangegeven worden in een screening, maar hoeft niet uitvoerig gemotiveerd te worden.  

Voor stap (3) is wel een motivering op maat nodig. Hiervoor is de plan-m.e.r.-plicht-tool ontwikkeld.

De meest voorkomende motivaties dat het plan screeningsgerechtigd is, worden hieronder beschreven. Voor andere situaties kan de motivatie verkregen worden via de plan-m.e.r.-plicht-tool.

  • Het plan kan een kader vormen voor de toekenning van een vergunning voor een project opgesomd in de bijlagen van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wat betreft de milieueffectrapportage, namelijk voor een project opgesomd in rubriek […] van bijlage […]. De opmaak van een passende beoordeling is niet nodig omdat [… (motiveer)]  Het RUP bepaalt echter het gebruik van een klein gebied op provinciaal of gemeentelijk niveau omdat de oppervlakte van het plangebied (x ha) slechts een klein percentage (y %) van het totale grondgebied van de gemeente of provincie (z ha) betreft en/of houdt een kleine wijziging in omdat […(motiveer)]. Het plan komt dus in aanmerking voor de opmaak van een plan-m.e.r.-screening.  
  • Het voorgenomen plan vormt geen kader voor de toekenning van een vergunning voor een project opgesomd in de bijlagen van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wat betreft de milieueffectrapportage. Er is  geen passende beoordeling vereist voor het RUP omdat […(motiveer)]. Het plan komt dus in aanmerking voor de opmaak van een plan-m.e.r.-screening. 


Het is belangrijk om goed te motiveren dat het om een klein gebied op provinciaal of gemeentelijk niveau gaat en/of om een kleine wijziging. 

  • Het ‘provinciaal of gemeentelijk niveau’ wordt bepaald door de bevoegde overheid. De schaal, omvang, bedieningsgebied, aantrekkingskracht, … van het plan zijn niet relevant.
    • Voor plannen waarvoor het Vlaams Gewest bevoegd is, kan dus nooit een plan-m.e.r.-screening gemaakt worden, tenzij het plan een kleine wijziging zou inhouden.
    • Een plan voor een volledige gemeente is nooit een klein gebied op provinciaal of gemeentelijk niveau. De argumentatie dat het wel een klein gebied zou zijn omdat het plan bv. enkel impact heeft op bepaalde zones en/of bepaalde types woningen (bv. meergezinswoningen) of functies, is geen geldige argumentatie. Dergelijke soorten plannen houden doorgaans wel een ‘kleine wijziging’ in.
  • Een ‘kleine wijziging’ kan enkel gemotiveerd worden op basis van een vergelijking tussen de (voorschriften van het) huidige en het voorgenomen plan. Het gaat daarbij niet om de milieueffecten zelf die slechts beperkt zouden wijzigen, en ook de feitelijke situatie is hiervoor niet relevant.
  • In principe volstaat het om één van de twee voorwaarden (‘gebruik van een klein gebied op provinciaal of gemeentelijk niveau’ OF ‘kleine wijziging’) te motiveren.
    • Als het om een klein gebied op provinciaal of gemeentelijk niveau én een kleine wijziging gaat, motiveer dan zeker de voorwaarde i.v.m. klein gebied op provinciaal of gemeentelijk niveau, aangezien deze minder vatbaar is voor interpretatie . 


  • No labels