Checklist potentiële ingrepen discipline lucht | Ja | Nee |
Kan het plan aanleiding geven tot nieuwe of gewijzigde verkeersinfrastructuur (wegen, spoorwegen, …) en dus bijkomende of gewijzigde luchtemissies door verkeer? | ||
Kan het plan aanleiding geven tot de realisatie van nieuwe gebouwen en dus bijkomende luchtemissies door gebouwenverwarming? | ||
Kan het plan aanleiding geven tot functies of activiteiten die bijkomend verkeer genereren (door woningen, bedrijvigheid, recreatie, school, kantoor, winkels, …) en dus bijkomende luchtemissies door verkeer? | ||
Kan het plan aanleiding geven tot bijkomende geurbronnen en dus bijkomende geuremissies (zoals bij waterzuiveringsinstallaties, recyclagepark, productiebedrijven, landbouw, …)? | ||
Voorziet het plan gebieden met woonfunctie of mogelijkheid tot realisatie van kwetsbare locaties zoals scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen en rust- en verzorgingstehuizen? |
Als op alle vragen ‘NEE’ geantwoord word, kan de volgende conclusie opgenomen worden.
Het plan geeft geen aanleiding tot extra luchtemissies (noch door gemotoriseerd verkeer, noch door gebouwen). Het plan voorziet geen woonfunctie of kwetsbare locaties. Er worden dus geen aanzienlijke effecten verwacht voor de discipline lucht. Verder onderzoek is niet nodig.
Als op één of meerdere vragen ‘JA’ geantwoord wordt: ga verder.
Mogelijke bronnen van informatie
- website VMM https://vmm.vlaanderen.be/feiten-cijfers/lucht/evolutie-uitstoot-en-luchtkwaliteit
- Trends in de luchtkwaliteit: luchtkwaliteitskaarten jaargemiddelde waarden
- Metingen nabij industrie: gebiedsgerichte metingen a.d.h.v. specifieke meetcampagnes
- geopunt.be:
- luchtfoto’s
- scholen, rust- en verzorgingstehuizen, ziekenhuizen, kinderdagverblijven
Feitelijke referentiesituatie / kwetsbaarheden
Schrijf steeds een beschrijving van de referentiesituatie op maat. Voor de meeste plannen volstaat het om de feitelijke referentiesituatie te beschrijven a.d.h.v. de luchtkwaliteitskaarten van de VMM voor de volgende parameters. Gebruik hiervoor de meest recent beschikbare jaarresultaten:
- Fijn stof (PM10)
- Fijn stof (PM2,5)
- Stikstofdioxide (NO2)
- Zwarte koolstof (BC)
- (Gebruik de ‘jaargemiddelde index’ liever niet.)
Beschrijf wat je kan afleiden uit deze kaarten voor het plangebied en de ruimere omgeving. Neem een uitsnede van de kaart ook op in de plan-m.e.r.-screening.
Geef aan of dit normale, gemiddelde waarden voor Vlaanderen zijn, of dat de concentraties (lokaal) verhoogd is door bijvoorbeeld de aanwezigheid van grote verkeersaders in de omgeving, door een ligging in/nabij een zeer verstedelijkt/geïndustrialiseerd gebied, …
Geef aan of er andere bronnen van luchtpolluenten aanwezig zijn in plangebied of ruimere omgeving.
Indien het plan aanleiding kan geven tot extra luchtemissies of geuremissies, beschrijf dan de al of niet aanwezigheid van woongebieden, woonclusters, zonevreemde woningen en kwetsbare locaties zoals scholen, ziekenhuizen, rust- en verzorgingstehuizen, kinderopvangplaatsen, … in het plangebied en ruimere omgeving.
Planologische referentiesituatie
Geef desgevallend aan dat de luchtkwaliteit in de planologische referentiesituatie verschillend zou zijn van de luchtkwaliteit in de feitelijke referentiesituatie, als het plangebied en de omgeving ingevuld zouden zijn volgens de planologische bestemming.
Effectbespreking t.o.v. de feitelijke referentiesituatie
Er dient gemotiveerd te worden dat het plan geen aanzienlijke effecten kan veroorzaken. Onderstaande tips kunnen een hulp zijn bij het detecteren van aandachtspunten en de opbouw van de redenering om de niet-aanzienlijkheid van effecten aan te tonen. |
Beschrijf of en hoe de luchtkwaliteit kan wijzigen door de functies of activiteiten die het plan mogelijk maakt en/of hoe de bestaande luchtkwaliteit in de omgeving een effect kan hebben op het plan. De volgende vragen helpen je op weg om de eventuele wijziging in beeld te brengen:
- Ligt het plangebied in een locatie met een goede/matige/relatief slechte luchtkwaliteit?
- Kan het plan leiden tot een toename in verkeersgeneratie? Gebruik informatie uit de discipline mobiliteit, of verwijs er naar.
- Voorziet het plan nieuwe woonfuncties of kwetsbare locaties nabij infrastructuur met een negatieve invloed op de luchtkwaliteit, zoals drukke wegen, bepaalde industriële activiteiten, waterzuiveringsinstallaties, …?
- Voorziet het plan infrastructuur, ingrepen of activiteiten die de luchtkwaliteit negatief kunnen beïnvloeden in de nabijheid van geplande of bestaande woningen of kwetsbare functies in het plangebied of de omgeving?
- Voorziet het plan bijkomende geurbronnen en dus bijkomende geuremissies (zoals bij waterzuiveringsinstallaties, recyclagepark, productiebedrijven, landbouw, …)?
- Doorgaans kan ook gemotiveerd worden dat de emissies door gebouwenverwarming zeer beperkt zullen zijn, gezien de geldende EPB-regelgeving en de verdere afbouw van het verwarmen met fossiele brandstoffen.
Als een korte motivatie volstaat:
De hierboven genoemde aspecten kunnen verwerkt worden tot een onderbouwing op de volgende manier:
Het plan voorziet in … (benoem de beperkte potentiële ingrepen). Er wordt dus slechts een beperkte toename in luchtemissies verwacht. In het plangebied of de omgeving … (benoem de lage of middelmatige kwetsbaarheden of de afwezigheid van hoge kwetsbaarheden, bijvoorbeeld: de goede luchtkwaliteit, …]. Het plan is niet van die aard dat het de luchtkwaliteit in de omgeving aanzienlijk negatief zal beïnvloeden (voeg desgevallend een korte motivatie toe). Er kan redelijkerwijze worden geconcludeerd dat er geen aanzienlijk negatieve effecten optreden.
Als een meer uitgebreide motivatie op maat nodig is, kunnen bv. de volgende aspecten vermeld worden – indien van toepassing:
- Geen kwetsbare gebieden in de meest kritische invloedszone.
- De luchtkwaliteit in het plangebied is niet goed ter hoogte van de drukke weg. Er wordt echter voldoende afstand voorzien tussen de nieuwe bewoning en de wegas.
- Ontsluiting van zwaar vervoer (bus en vrachtwagen) wordt niet via specifieke straten met kwetsbare functies of slechtere luchtkwaliteit voorzien.
- Bedrijfsactiviteiten (nieuwe en bestaande) dienen te voldoen aan de milieunormering.
- Tijdens de uitvoeringsfase van zowel de sloop- als de aanlegwerken kan er mogelijks sprake zijn van stofhinder. Deze zal echter beperkt en tijdelijk van aard zijn. De vigerende wetgeving inzake stofhinder bij bouwwerkzaamheden is dermate dat bij de vergunningsaanvragen de nodige maatregelen worden opgelegd om evt. tijdelijke stofhinder te vermijden (o.a. bevochtigen, afschermen).
Er kan ook verwezen worden naar de luchtkwaliteitsnormen. Op veel plaatsen in Vlaanderen worden de huidige Europese normen gerespecteerd. Dat kan aangegeven worden in de plan-m.e.r.-screening, maar dan is ook een vooruitblik naar de nieuwe normen vanaf 2030 nodig. In de tabel hieronder wordt in het algemeen aangegeven wat op dit moment (2025) de verwachting is voor het halen van de nieuwe normen.
Als de luchtkwaliteit in de feitelijke of geplande situatie deze normen overschrijdt, dan dient een motivatie op maat geschreven te worden, zoals bv.: ‘De luchtkwaliteit in het algemeen gaat er volgens metingen en berekeningen van VMM al tientallen jaren op vooruit (inclusief enkele schommelingen die te wijten zijn aan specifieke omstandigheden). Dat geldt ook voor de parameters fijn stof en stikstofdioxide. De mogelijk lokaal lichte toename van emissies van deze polluenten door het plan zal realistisch gezien beduidend kleiner zal zijn dan de meer generieke daling van de luchtemissies die ook de volgende jaren verwacht wordt als gevolg van het reeds gevoerde en geplande beleid terzake (via o.a. PAS en Luchtbeleidsplan 2030). Het plan hypothekeert de dalende trend dus niet. ’ Hierbij dient vervolgens ingegaan te worden op de specifieke situatie, bv. de nabijheid van een drukke weg, de stedelijke context, …
Parameter | Huidige norm Europese Richtlijn (jaargemiddelde) | Nieuwe norm Europese Richtlijn vanaf 2030 | Haalbaarheid nieuwe norm |
PM2.5 (fijn stof) | 25 µg/m³ | 10 µg/m³ | Vooral in stedelijke gebieden en bij intensieve landbouw is de concentratie nu nog te hoog. Verder inzetten op emissiereductie in verkeer, houtverbranding en landbouw zal deze verder doen dalen. De invloed hiervan op het halen van de nieuwe normen is nog onbekend, maar de verwachting is dat deze normen in 2030 gehaald kunnen worden. |
PM10 (grover fijn stof) | 40 µg/m³ | 20 µg/m³ | De waarden liggen in veel regio’s nu al onder de nieuwe norm. Lokale overschrijdingen blijven mogelijk bij droogte of bouwactiviteiten. |
NO₂ (stikstofdioxide) | 40 µg/m³ | 20 µg/m³ | Vooral in grote steden met veel verkeer (zoals Antwerpen, Gent, …) zijn de waarden nu nog te hoog. Verdere elektrificatie van het wagenpark zal deze verder doen dalen. De invloed hiervan op het halen van de nieuwe normen is nog onbekend. |
Optioneel: Informatiebron Brochure Duurzame ruimtelijke planning: maatregelen om de impact van verkeer op de luchtkwaliteit te verminderen (2011): Duurzame ruimtelijke planning : maatregelen om de impact van verkeer op de luchtkwaliteit te verminderen | Vlaanderen.be -> deze studie kan inspiratie bieden om een plan zodanig vorm te geven dat het geen aanzienlijk negatieve effecten veroorzaakt. Let wel, het is niet de bedoeling om elementen uit dit plan als ‘maatregel’ te gaan benoemen in de plan-m.e.r.-screening. Elementen hieruit kunnen wel vermeld worden in de motivatie dat er geen aanzienlijke effecten zijn, maar zonder hiervoor de term ‘maatregel’ te gebruiken (zie ook Algemene aandachtspunten - (Geen) milderende maatregelen en aanbevelingen. |
Effectbespreking t.o.v. de planologische referentiesituatie
Als er een relevant verschil is tussen de feitelijke en de planologische referentiesituatie, dient de aanzienlijkheid van de effecten van het planvoornemen ten opzichte van de beide referentietoestanden te worden beschreven en beoordeeld.
De effecten t.o.v. de planologische referentiesituatie kunnen op dezelfde manier beschreven worden als hierboven geschetst werd voor de effecten t.o.v. de feitelijke referentiesituatie, al zal je hier meer moeten uitgaan van mogelijke kwetsbaarheden i.p.v. effectief aanwezige kwetsbaarheden.
De nadruk in de screening ligt op de meest kwetsbare referentiesituatie, soms is dat de feitelijke referentiesituatie en soms de planologische referentiesituatie.
Conclusie discipline lucht
Er worden geen aanzienlijke effecten verwacht voor de discipline lucht.