Checklist potentiële ingrepen discipline geluid

Ja

Nee

Voorziet het plan nieuwe verkeersinfrastructuur (wegen, spoorwegen, …) en dus bijkomende of gewijzigde geluidsemissies?

Voorziet het plan bepaalde types van nieuwe gebouwen of functies zoals bedrijven, recreatie- of sportterreinen, evenementenhallen, … met bijkomende geluidsemissies?

Genereert het plan bijkomend verkeer (door wonen, bedrijvigheid, recreatie, school, kantoor, winkels, …) en dus bijkomende geluidsemissies?

Voorziet het plan gebieden met woonfunctie of mogelijkheid tot realisatie van kwetsbare locaties zoals scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen en rust- en verzorgingstehuizen ?


 Als op alle vragen ‘NEE’ geantwoord word, kan de volgende conclusie opgenomen worden.

Het plan genereert geen geluid (noch door verkeer, noch door nieuwe gebouwen of functies). Het plan voorziet geen woonfunctie of kwetsbare locaties.  Aanzienlijke effecten ten aanzien van geluid worden niet verwacht. Verder onderzoek is niet nodig.

Als op één of meerdere vragen ‘JA’ geantwoord wordt: ga verder.

Mogelijke bronnen van informatie

de strategische geluidsbelastingskaarten voor het referentiejaar 2021 voor belangrijke wegen, belangrijke spoorwegen en voor de luchthaven Brussel-Nationaal (Lden en Lnight)

https://omgeving.vlaanderen.be/nl/klimaat-en-milieu/gezonde-veilige-en-aantrekkelijke-leefomgeving/geluid/geluidsbelastingskaarten

  Feitelijke referentiesituatie / kwetsbaarheden

Schrijf steeds een beschrijving van de referentiesituatie op maat.

Als er geluidsmetingen gekend (en actueel) zijn, kunnen deze vermeld worden, maar dit is zelden het geval voor plan-m.e.r.-screenings.

Een beschrijving op maat kan in een aantal gevallen vertrekken van de strategische geluidsbelastingskaarten (https://omgeving.vlaanderen.be/nl/klimaat-en-milieu/gezonde-veilige-en-aantrekkelijke-leefomgeving/geluid/geluidsbelastingskaarten). Deze zijn, telkens voor de dag en de nacht, opgesteld voor spoorwegen, luchthavens en wegen met meer dan 3 miljoen voertuigpassages per jaar volgens RL 2002/49/EG en aanvullende wegen. Er zijn verschillende situaties mogelijk:

(1) Het plangebied ligt nabij zo’n weg, spoorweg en/of luchthaven: de informatie van de geluidsbelastingskaarten kan gebruikt worden om het bestaande geluidsklimaat te beschrijven.

(2) Het plangebied ligt nabij zo’n weg maar ook nabij een kleinere weg, vb. op een kruispunt: weet dat het geluid van de kleinere weg niet mee gemodelleerd is in de geluidsbelastingskaart.

(3) Het plangebied ligt niet nabij zo’n weg, spoorweg of luchthaven (in het witte deel van de geluidsbelastingskaarten).

Voor situaties (1) en (2) kan de informatie van de geluidsbelastingskaarten gebruikt worden om het bestaande geluidsklimaat te beschrijven. Let er wel op de resultaten juist te interpreteren. Bijvoorbeeld: het plangebied bevindt zich dichtbij de E40. Deze snelweg zorgt voor vrij veel geluidshinder. Overdag loopt de geluidshinder hierdoor op tot meer dan 70 dB in het noorden van het plangebied  en net meer dan 50 dB in het zuidelijke deel. ’s Nachts liggen deze waarden nog steeds tussen de 60 en 40 dB.

Voor situatie (3) kan er aangegeven worden dat het plangebied buiten de contouren ligt van de strategische geluidsbelastingskaarten en dat er behalve het gegeven dat het plangebied niet gelegen is in een gebied met een hoge geluidsbelasting door een drukke weg, spoorweg of luchthaven, geen kwantitatieve info is over het geluidsklimaat.

Enkele voorbeelden:

  • voor een gepland woongebied langs een gemeenteweg, dat omringd is door woongebied en waar geen geluidsgenererende functies in de omgeving aanwezig zijn: Het plangebied ligt buiten de contouren van de strategische geluidsbelastingskaarten. Er is dus, behalve het gegeven dat het plangebied niet gelegen is in een gebied met een hoge geluidsbelasting door een drukke weg, spoorweg of luchthaven, geen kwantitatieve informatie over het geluidsklimaat. Het plangebied is eveneens niet gelegen nabij een bedrijventerrein of drukke weg, waardoor het geluidsklimaat in de referentiesituatie als goed beschouwd wordt.
  • voor aan aanvraag tot planologisch attest waarbij er een breekinstallatie aanwezig is: In het plangebied is een breekinstallatie aanwezig. Deze is gelegen op x m van de dichtstbijzijnde woningen. Het geluidsklimaat is … Er zijn wel/geen klachten gekend. Enzovoort.
  • voor een plan i.v.m. een bedrijf: ga in op het bedrijfsgeluid. Indien relevant ook op de nabijheid van woningen of kwetsbare functies langs het bedrijf of langs de toevoerwegen. Als de logistiek van laden en lossen relevant is, schrijf dan bv. “Laden en lossen gebeurt aan de oostkant van het bedrijf tussen 6 en 22 u. Tijdens het laden en lossen moeten de koelmotoren blijven draaien. De dichtstbijzijnde woningen … “. Enzovoort.

Planologische referentiesituatie

Geef desgevallend aan dat het geluidsklimaat in de planologische referentiesituatie significant verschillend zou zijn van het geluidsklimaat in de feitelijke referentiesituatie, als het plangebied en de omgeving ingevuld zouden zijn volgens de planologische bestemming.

Voorbeeld: het plangebied heeft een bestemming als industriegebied maar is in gebruik als landbouw. Voor de beschrijving van de planologische referentiesituatie geef je aan dat er andere bronnen van geluidsemissies aanwezig zouden zijn, door verkeer en door bedrijvigheid.

Effectbespreking t.o.v. de feitelijke referentiesituatie

Er dient gemotiveerd te worden dat het plan geen aanzienlijke effecten kan veroorzaken. Onderstaande tips kunnen een hulp zijn bij het detecteren van aandachtspunten en de opbouw van de redenering om de niet-aanzienlijkheid van effecten aan te tonen.

Beschrijf of en hoe het geluidsklimaat kan wijzigen door de functies of activiteiten die het plan mogelijk maakt en//of hoe het bestaande geluidsklimaat in de omgeving een effect kan hebben op het plan.  De volgende vragen helpen je op weg om de eventuele wijziging in beeld te brengen:

  • Ligt het plangebied in een locatie met een goed/matig/ slecht geluidsklimaat (bijvoorbeeld naast een drukke weg, spoorweg of industriezone)?
  • Voorziet het plan nieuwe woonfuncties of kwetsbare locaties? En zo ja, nabij infrastructuur met een negatieve invloed op het geluidsklimaat, zoals drukke wegen of spoorwegen, bepaalde industriële activiteiten?
  • Voorziet het plan bepaalde types van nieuwe gebouwen of functies zoals bedrijven, recreatie- of sportterreinen, evenementenhallen, … met bijkomende geluidsemissies? En zo ja, in de nabijheid van geplande of bestaande woningen of kwetsbare functies in het plangebied of de omgeving?
  • Kan het plan leiden tot een toename in verkeersgeneratie? Gebruik informatie uit de discipline mobiliteit, of verwijs er naar. Indien van toepassing kan deze motivatie gebruikt worden: “De toename van het verkeer bedraagt minder dan 25%, waardoor het geluidsniveau met minder dan 1 dB stijgt. Deze toename is akoestisch verwaarloosbaar. Ondanks de toename in verkeer blijft de geluidsbeleving in de omgeving dus zo goed als onveranderd.“
  • Doorgaans kan ook gemotiveerd worden dat geluidsemissies door koel- en verwarmingsinstallaties van bv. woningen, kantoren, … en door kleinschalige bedrijvigheid verwaarloosbaar zullen zijn wegens geldende regelgeving m.b.t. geluid.

Als een korte motivatie volstaat:

De hierboven genoemde aspecten kunnen verwerkt worden tot een onderbouwing op de volgende manier:

Het plan voorziet in … (benoem de beperkte potentiële ingrepen). In het plangebied of de omgeving … (benoem de lage of middelmatige kwetsbaarheden of de afwezigheid van hoge kwetsbaarheden, bijvoorbeeld: het goede geluidsklimaat, …]. Het plan is niet van die aard dat het de geluidsbelasting in de omgeving aanzienlijk negatief zal beïnvloeden (voeg desgevallend een korte motivatie toe). Er kan redelijkerwijze worden geconcludeerd dat er geen aanzienlijk negatieve effecten optreden.

Als een meer uitgebreide motivatie op maat nodig is, kunnen bv. de volgende aspecten vermeld worden – indien van toepassing:

  • Het planvoornemen is niet van die aard dat dit tot abnormale geluidshinder zal leiden. De bedrijfsactiviteiten worden ten aanzien van de woningen ten noorden van het perceel, gebufferd door een ruime landschappelijke inkleding. Er is een doordachte planning van toegangswegen. De inplanting van laad- en loszones houdt rekening met aanwezige/geplande bewoning en/of kwetsbare functies. Gebouw x heeft een afschermfunctie. …
  • Het plan voorziet actieve recreatie/buitensporten/buitenactiviteiten. Een toename van geluid/omgevingslawaai is mogelijk. De geluidsproductie die hiervan uitgaat betreft dan voornamelijk geluid door sport-, spel- en recreatieactiviteiten van kinderen en volwassen (geroep en -gejoel bij plezier, wenen bij pijn en verdriet, …). Dergelijk geluid wordt niet ondergebracht in de VLAREM-wetgeving. De nabijgelegen woningen (locatie) zijn de meest gevoelige receptoren voor geluid in de omgeving van het plangebied. Gegeven dat de functies sport en recreatie complementair zijn met of inherent verbonden aan het wonen van mensen, dat het geluid van sport-, spel- en recreatieactiviteiten van kinderen en volwassen zich niet op abnormale tijdstippen zal voordoen en er geen kwetsbare functies zoals ziekenhuizen en voorzieningen voor ouderen in de omgeving voorkomen, wordt de mogelijke toename aan geluid als niet aanzienlijk beschouwd. Bovendien wordt rekening gehouden met een doordachte inrichting van het terrein door (bv. de zone voor sport en recreatieve voorzieningen te clusteren op een afstand van de meeste woningen, …).
  • Het plan voorziet een ruime afstandsbuffer van x m t.a.v. de drukke weg. In deze bufferzone worden geen woongebouwen toegelaten.
  • Er is reeds geluidsverstoring in de omgeving door een bestaand bedrijventerrein. Het plan levert slechts een verwaarloosbare bijdrage aan de geluidsbelasting.
  • Het plan voorziet een uitdoofbeleid voor de bestaande bedrijvigheid. Deze bron van geluidshinder zal dus verdwijnen.
Merk op dat voor alle disciplines, en ook voor discipline geluid, de aangeboden motivatie voor niet-aanzienlijkheid niet voor alle plannen te gebruiken is. Soms is er wel degelijk sprake van aanzienlijke effecten. In dat geval is een plan-MER nodig.


Achtergrondinformatie

Geluidsniveaus volgen een logaritmische schaal. Een aantal vuistregels die voor geluid gelden zijn:

  • Een verhoging van de verkeersgeneratie <25% geeft een verwaarloosbaar effect op het omgevingsgeluid.
    • Opmerking: wanneer verzadigingsproblemen worden verwacht vanuit mobiliteit, kan worden aangenomen dat geluid t.g.v. verkeer eveneens een aandachtspunt vormt. Maar het geluidsaspect is minder gevoelig dan het mobiliteitsaspect.
  • Geluidssterkte neemt af met de afstand tot de bron: ca. 6dB met een verdubbeling van de afstand.
  • Een toename van 3dB(A) verdubbelt het waargenomen geluidsniveau.
  • Een verdubbeling van de verkeersintensiteit of van de oppervlakte (van bijv. een bedrijventerrein) geeft een verhoging van het geluidsniveau met 3dB(A).
  • Een vertienvoudiging van de verkeersintensiteit geeft een verhoging van het geluidsniveau van 10dB(A).
  • 1 lichte vrachtwagen of bus kan gelijkgesteld worden aan ca. 8 personenwagens, 1 zware vrachtwagen aan ca. 16 personenwagens.
  • Bij industriële functies is de geluidsbelasting zeer projectgebonden. Vaak zal deze informatie op planniveau niet beschikbaar zijn.

Effectbespreking t.o.v. de planologische referentiesituatie

Als er een relevant verschil is tussen de feitelijke en de planologische referentiesituatie, dient de aanzienlijkheid van de effecten van het planvoornemen ten opzichte van de beide referentietoestanden te worden beschreven en beoordeeld.

De effecten t.o.v. de planologische referentiesituatie kunnen op dezelfde manier beschreven worden als hierboven geschetst werd voor de effecten t.o.v. de feitelijke referentiesituatie, al zal je hier meer moeten uitgaan van mogelijke kwetsbaarheden i.p.v. effectief aanwezige kwetsbaarheden. 

De nadruk in de screening ligt op de meest kwetsbare referentiesituatie, soms is dat de feitelijke referentiesituatie en soms de planologische referentiesituatie.

Conclusie discipline geluid

Er worden geen aanzienlijke effecten verwacht voor de discipline geluid.

  • No labels