Checklist potentiële ingrepen discipline Gezondheid | Ja | Nee |
Zal het plan een wijziging in de verkeersgeneratie teweegbrengen (zoals bij wonen, bedrijvigheid, recreatie, school, kantoor, winkels, …)? (zie ook discipline mobiliteit) | ||
Genereert het plan bijkomende geluidshinder en/of luchtemissies (incl. geur) (zoals bij een toename van verkeer, bepaalde bedrijfsbestemmingen, ….)? (zie ook disciplines geluid en lucht) | ||
| Voorziet het plan gebieden met woonfunctie of kwetsbare functies? | ||
| Voorziet het plan in een relevant aandeel bijkomende lichtbronnen (bv. voor sport- en recreatieactiviteiten, i.f.v. veiligheid op bedrijfsterreinen)? | ||
| Is het plangebied gelegen in de nabijheid van hoogspanningsinstallaties (hoogspanningslijnen, hoogspanningskabels, hoogspanningsstations)? |
Als op alle vragen ‘NEE’ geantwoord word, kan de volgende conclusie opgenomen worden.
Het plan voorziet geen woonfunctie of kwetsbare functies. Het plan genereert geen extra verkeer, geen toename in geluidshinder, geen toename in luchtemissies. Het plan geeft geen aanleiding tot bijkomende lichtbronnen en is niet gelegen in de nabijheid van hoogspanningsinstallaties. Aanzienlijke effecten ten aanzien van gezondheid worden niet verwacht.
Als op één of meerdere vragen ‘JA’ geantwoord wordt: ga verder.
Mogelijke bronnen van informatie
- Woongebieden en kwetsbare functies www.geopunt.be:
- luchtfoto’s
- scholen, rust- en verzorgingstehuizen, ziekenhuizen, kinderdagverblijven
- Luchtkwaliteitskaarten: zie discipline lucht
- Strategische geluidsbelastingskaarten voor wegen, spoorwegen en luchtverkeer: zie discipline geluid
- Lichthinder: www.leefkwaliteitvlaanderen.be/lagen/licht
- Hoogspanningsnet: www.elia.be/nl/infrastructuur-en-projecten/ons-net , www.hoogspanningsnet.com/netkaarten/actuele-netkaarten/elia/ en www.leefkwaliteitvlaanderen.be/lagen/straling
- Informatie rond hoogspanningslijnen en 0,4µT en impact naar gezondheid: www.vlaanderen.be/gezondheid-en-welzijn/gezondheid/preventie/elektromagnetische-straling/hoogspanning-en-gezondheid
Feitelijke referentiesituatie / kwetsbaarheden
Schrijf steeds een beschrijving van de referentiesituatie op maat. Als het plan kan leiden tot bepaalde (fysieke) ingrepen of (hinderlijke) activiteiten, wordt nagegaan of er specifieke kwetsbaarheden zijn waar die ingrepen een invloed op kunnen uitoefenen. Aan de hand van onderstaande vraagstellingen, kan je de feitelijke toestand in het plangebied en de omgeving beschrijven.
Let wel, het is niet altijd nodig om alle mogelijke bronnen te raadplegen.
- Aanwezigheid diverse functies:
- Welke functies zijn aanwezig in het plangebied en omgeving: wonen, kleinhandel, bedrijvigheid, natuur, landbouw, … Visualiseer a.d.h.v. een kaart. (Indien je dit al in kaart brengt voor een andere discipline (bv. de discipline mens-ruimtelijke aspecten), kan je ook meteen hiernaar verwijzen.)
- Zijn er kwetsbare locaties, zoals scholen, kinderdagverblijven, rust- en verzorgingstehuizen, ziekenhuizen, …, aanwezig in of nabij het plangebied?
- Luchtkwaliteit: verwijs naar de beschrijving in de discipline lucht.
- Geluidsklimaat: verwijs naar de beschrijving in de discipline geluid.
- Lichthinder: zijn er grote lichtbronnen aanwezig?
- Aanwezigheid EMF-bron: zijn er hoogspanningsinstallaties aanwezig in het plangebied of de omgeving?
- Geurhinder: zijn er bronnen aanwezig in het plangebied of de omgeving die zorgen voor geurhinder?
Planologische referentiesituatie
Geef desgevallend aan dat de situatie inzake gezondheid in de planologische referentiesituatie verschillend zou zijn van de situatie inzake gezondheid in de feitelijke referentiesituatie, als het plangebied en de omgeving ingevuld zouden zijn volgens de planologische bestemming.
Effectbespreking t.o.v. de feitelijke referentiesituatie
Er dient gemotiveerd te worden dat het plan geen aanzienlijke effecten kan veroorzaken. Onderstaande tips kunnen een hulp zijn bij het detecteren van aandachtspunten en de opbouw van de redenering om de niet-aanzienlijkheid van effecten aan te tonen. |
Als een korte motivatie volstaat:
Een onderbouwing kan op de volgende manier:
Het plan voorziet in … (benoem de beperkte potentiële ingrepen). Er wordt dus slechts een beperkt effect op gezondheid verwacht. In het plangebied of de omgeving … (benoem de lage of middelmatige kwetsbaarheden of de afwezigheid van hoge kwetsbaarheden). Het plan is niet van die aard dat het een aanzienlijk negatief effect op de discipline gezondheid zal hebben (voeg desgevallend een korte motivatie toe). Er kan redelijkerwijze worden geconcludeerd dat er geen aanzienlijk negatieve effecten optreden.
Als een meer uitgebreide motivatie op maat nodig is, kunnen bv. de onderstaande aspecten vermeld worden – indien van toepassing:
a) Effecten luchtkwaliteit voor wat betreft discipline gezondheid
De effecten van het plan op de luchtkwaliteit werden beschreven bij de discipline Lucht. Verwijs hiernaar. Hier dient vervolgens ingegaan te worden op de specifieke situatie, vb. de nabijheid van een drukke weg, de stedelijke context, …
Bijkomend kan je hier toetsen aan de gezondheidskundige advieswaarden (GAW) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De WHO baseert zijn advieswaarden alleen op gezondheidseffecten en is hierdoor strenger dan de Europese regelgeving, ook de in 2024 aangenomen richtlijn met normen vanaf 2030 (zie tabel). Let wel, dit gaat om gezondheidsadvies en niet om juridisch bindende normen.
Parameter | Huidige norm Europese Richtlijn (jaargemiddelde) | Nieuwe norm Europese Richtlijn vanaf 2030 | Advieswaarde WHO (2021) |
PM2.5 (fijn stof) | 25 µg/m³ | 10 µg/m³ | 5 µg/m³ |
PM10 (grover fijn stof) | 40 µg/m³ | 20 µg/m³ | 10 µg/m³ |
NO₂ (stikstofdioxide) | 40 µg/m³ | 20 µg/m³ | 10 µg/m³ |
Het halen van de WHO-normen zal voor geen enkel plan in Vlaanderen mogelijk zijn. Onderstaande motivatie kan vb. gebruikt worden voor plannen in ‘landelijk gebied’. Voor plannen nabij drukke verkeersaders of in stedelijk gebied, waar de luchtkwaliteit vrij slecht is, moet verder ingegaan worden op de specifieke context (net zoals bij de discipline Lucht).
Voor fijn stof (PM) en stikstofdioxide (NO2) worden de WHO-advieswaarden op bijna alle meetplaatsen in Vlaanderen overschreden. In het Vlaams luchtbeleidsplan is het voldoen aan de WHO-advieswaarden een langetermijndoelstelling voor 2050. (bron: website VMM, "Toetsing luchtkwaliteit aan de normen van de EU en de WGO", Evolutie uitstoot en luchtkwaliteit). De luchtkwaliteit in het algemeen gaat er volgens metingen en berekeningen van VMM al tientallen jaren op vooruit (inclusief enkele schommelingen die te wijten zijn aan specifieke omstandigheden). Dat geldt ook voor de parameters fijn stof en stikstofdioxide. De mogelijk lokaal lichte toename van emissies van deze polluenten door het plan zal realistisch gezien beduidend kleiner zal zijn dan de meer generieke daling van de luchtemissies die ook de volgende jaren verwacht wordt als gevolg van het reeds gevoerde en geplande beleid terzake (via o.a. PAS en Luchtbeleidsplan 2030). Het plan hypothekeert de dalende trend dus niet.
b) Effect geluidsklimaat voor wat betreft discipline gezondheid
De effecten van het plan op het geluidsklimaat werden beschreven bij de discipline Geluid. Verwijs hiernaar.
Voorziet het plan nieuwe woonfuncties of kwetsbare locaties nabij een drukke weg, spoorweg of bedrijvenzone waardoor de omgeving reeds onderhevig is aan een bepaalde mate van geluidshinder?
Als dit niet het geval is, geef dit dan aan. Als dit wel het geval is, verwijs dan naar de effectbespreking bij discipline Geluid, of neem hier een aantal argumenten op in plaats van bij de discipline Geluid.
c) Lichthinder
Voorziet het plan in een relevant aandeel bijkomende lichtbronnen (zoals bijvoorbeeld voor sport- en recreatie-activiteiten, i.f.v. veiligheid op bedrijfsterreinen) nabij woonfuncties?
Ga dan na of er (opgaande, permanente) buffering is voorzien in het plan of specifieke voorschriften om lichthinder te beperken, en verwijs hiernaar in je motivatie.
Bijvoorbeeld:
- Het plan voorziet niet in buitensportvelden. Verlichting beperkt zich tot het verlichten van wandelpaden en parkeerplaatsen.
- Het plan houdt voldoende rekening met opgaande buffering ten aanzien van bestaande/geplande woningen, zodat lichthinder grotendeels wordt vermeden.
- In het RUP zijn er specifieke voorschriften rond het vermijden/beperken van lichthinder opgenomen (zoals bijvoorbeeld specificaties en positionering van armaturen).
d) Impact door elektromagnetische velden (EMF)
Hoogspanningsverbindingen waardoor elektriciteit vloeit, veroorzaken een elektrisch en een magnetisch veld. Effecten op de mens door de elektrische velden treden niet op gezien de hoge waarden die hiervoor nodig zijn, en niet voorkomen bij de hoogspanningsverbindingen in Vlaanderen. Naar de mogelijke effecten op de mens van de magnetische velden is veel onderzoek gedaan. Op vandaag is enkel een statische verband gevonden tussen een langdurige blootstelling aan meer dan 0,4 µT jaargemiddeld en een hogere kans op het voorkomen van kinderleukemie. Toepassen van voorzorg is aangewezen. Het voorzorgsbeleid streeft naar het zoveel mogelijk vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waar er langdurige blootstelling aan meer dan 0,4 µT kan zijn, vooral bij locaties waar kinderen langdurig kunnen verblijven (woningen, scholen, kinderopvangvoorzieningen).
In bepaalde gevallen (wanneer een hoogspanningslijn het plangebied doorkruist, of er net naast loopt en het plan voorziet woningen of kwetsbare locaties), kan het dus nodig zijn een corridorbreedte (= afstand tot middelpunt van de hoogspanningslijn waar meer dan 0,4 µT jaargemiddeld voorkomt) op te vragen via het Departement Omgeving, Vlaams Planbureau voor Omgeving, Team Milieu en Gezondheid, gezondheid.omgeving@vlaanderen.be.
Volgende elementen kunnen, indien van toepassing, opgenomen worden in de motivatie:
- Er zal geen aanzienlijk effect optreden (voorzorgsprincipe) gezien er geen kwetsbare functies (zoals wonen, scholen, kinderdagverblijven) aanwezig of gepland zijn binnen een bepaalde afstand (0,4 μT EMF contourcriterium) van de hoogspanningslijn.
- De geplande woningen en/of kwetsbare functies liggen buiten de 0,4µT EMF-contour.
- Doorheen het plangebied loopt een xx kV hoogspanningslijn. Door de herbestemming worden er geen nieuwe kwetsbare functies in de 0,4µT EMF-contour (ca. x m langs de lijn) gepland. Er worden geen aanzienlijke effecten op de gezondheid verwacht door de elektromagnetische velden.
e) Geurhinder
Voorziet het plan in een relevant aandeel bijkomende geurbronnen (zoals veeteelt en bepaalde types bedrijvigheid) nabij woonfuncties? Of worden er woonfuncties voorzien nabij bestaande geurbronnen (met gekende geurhinder)?
Volgende elementen kunnen, indien van toepassing, opgenomen worden in de motivatie:
- Het plan voorziet geen woonfunctie.
- Er is geen woonfunctie aanwezig ter hoogte van de overheersende windrichting.
- Er wordt een verwaarloosbare toename aan geuremissies verwacht. Bepaalde types van activiteiten (xxx) worden niet toegelaten binnen de voorschriften van het plan.
Effectbespreking t.o.v. de planologische referentiesituatie
Als er een relevant verschil is tussen de feitelijke en de planologische referentiesituatie, dient de aanzienlijkheid van de effecten van het planvoornemen ten opzichte van de beide referentietoestanden te worden beschreven en beoordeeld.
De effecten t.o.v. de planologische referentiesituatie kunnen op dezelfde manier beschreven worden als hierboven geschetst werd voor de effecten t.o.v. de feitelijke referentiesituatie, al zal je hier meer moeten uitgaan van mogelijke kwetsbaarheden i.p.v. effectief aanwezige kwetsbaarheden. Bij de effectgroep ‘impact door elektromagnetische velden’ zal je bijvoorbeeld ook rekening moeten houden met onbebouwde percelen die volgens de huidige bestemming wel kunnen bebouwd worden met een woonfunctie of kwetsbare locatie.
De nadruk in de screening ligt op de meest kwetsbare toestand, soms is dat de feitelijke referentiesituatie en soms de planologische referentiesituatie.
Conclusie discipline mens-gezondheid
Er worden geen aanzienlijke effecten verwacht voor de discipline gezondheid.