De discipline biodiversiteit is nog in opmaak. In afwachting wordt alvast onderstaande informatie meegegeve

Door diverse stikstofarresten van de voorbije jaren is duidelijk geworden dat ook in screenings informatie over de effecten van stikstofdepositie op beschermde gebieden opgenomen moet worden. Ook voor kleinere projecten op enige afstand van Habitat-, Vogelrichtlijn- of VEN-gebieden is een motivatie dat effecten niet aanzienlijk zijn sterk aan te raden. Dat kan op de volgende manier:

  • Vermeld de afstanden tot de dichtstbijzijnde Habitat-/Vogelrichtlijn- en VEN-gebieden en situeer deze op een kaart.
  • Toon aan dat het voorgenomen plan geen relevante invloed kan hebben op deze beschermde gebieden. Dit is vooral van belang voor het aspect stikstofemissie door verkeer. Dat kan vb. door onderstaande info op te nemen:

Pas vanaf 10.000 wagenbewegingen extra per dag, geldt een overschrijding van 0.06 kg N/ha.j binnen 200 m van de weg, en daarmee ook een overschrijding van de 1%-de minimisnorm (cfr. Stikstofdecreet van 26/1/2024) voor de meest stikstofgevoelige habitats: 3110-vennen, met KDW 6 kg/ha.j, wanneer die binnen de 200 m van zulke weg zouden vallen. Dit blijkt uit het VITO-rapport 2024/EI/R/3195 ‘Voertuigemissies en de minimis-normen: een analytische benadering voor wegverkeer’. 

Op basis van het beperkt aantal mogelijke bijkomende vervoersbewegingen door het RUP in kwestie en de afstand tot SBZ of VEN, is duidelijk dat de effecten van de door het plan veroorzaakte stikstofdepositie op beschermd gebied (SBZ) zeer beperkt en dus niet aanzienlijk negatief zijn.

Zowel voor SBZ's als voor VEN is het bijkomend van belang dat geen hypotheek wordt gelegd op de dalende trend inzake stikstofdepositie. Dit is het geval wanneer de lokale toename van de depositie beduidend kleiner is dan de door stikstofbeleid gerealiseerde en nog verder voorziene dalingen, die, cfr een studie van VITO (2025) circa 3% per jaar bedraagt. Het volgende kan dan ook gesteld worden: Op basis van de door het plan veroorzaakte lokaal lichte toename van stikstofdepositie binnen VEN en SBZ kan er realistisch van uitgegaan worden dat deze toename beduidend kleiner zal zijn dan de meer generieke daling van de stikstofdepositie als gevolg van het beleid terzake (via PAS en Luchtbeleidsplan 2030).


Verder wijzen we er ook op dat als u zelf specifieke kritische depositiewaarden van habitats in de omgeving van het plangebied zou vermelden, dat de waarden uit het 'Advies over de herziening van de kritische depositiewaarden voor stikstof voor de Vlaamse habitattyppes' dd. 29/8/2024 gebruikt moeten worden.

  • No labels