Checklist potentiële ingrepen discipline Mobiliteit | Ja | Nee |
| Genereert het plan bijkomend verkeer (door wonen, bedrijvigheid, recreatie, school, kantoor, winkels, …)? | ||
| Voorziet het plan nieuwe of gewijzigde verkeersinfrastructuur (wegen, spoorwegen, …)? |
Als op alle vragen ‘NEE’ geantwoord word, kan de volgende conclusie opgenomen worden.
Het planvoornemen voorziet geen toename / geen noemenswaardige toename in de verkeersgeneratie en geen wijzigingen aan de verkeersinfrastructuur. Aanzienlijke effecten op mens-mobiliteit worden dan ook niet verwacht.
Als op één of meerdere vragen ‘JA’ geantwoord wordt: ga verder.
Mogelijke bronnen van informatie
(wordt later aangevuld)
Feitelijke referentiesituatie / kwetsbaarheden
De feitelijke referentiesituatie kan in beeld gebracht worden door informatie te geven over de onderstaande aspecten. Dit is maatwerk, het is niet nodig om voor elk plan elk aspect te beschrijven.
- een situering op een topografische kaart. In de tekst worden de ontsluitingswegen best ook nog eens benoemd. Er wordt best aangegeven welk type weg het is, zodat duidelijk is wie de wegbeheerder is.
- het bereikbaarheidsprofiel, en dit voor alle relevante transportmodi:
- voetgangers: wandelafstand tot centrum, haltes van openbaar vervoer, trage wegen / buurtwegen / voetwegen, kwaliteit en veiligheid van deze routes, …
- fietsers: fietsafstand tot centrum, haltes van openbaar vervoer, trage wegen, kwaliteit en veiligheid van deze routes, …
- openbaar vervoer: afstand tot haltes van (bel)bus, tram of trein, frequentie van bediening
- wagens/vrachtwagens: de manier waarop het plangebied ontsloten wordt naar het hoger wegennet
- zelden relevant: vrachtvervoer over water, vrachtvervoer per spoor
- als het plan gaat om een uitbreiding van een bestaand gebouw of functie: het huidige mobiliteitsprofiel (de verkeersgeneratie a.d.h.v. het aantal gebruikers (bewoners, bezoekers, werknemers, klanten, leveranciers,…) en de manier waarop zij zich verplaatsen
- de modal split
- het parkeergebeuren
- de kwetsbaarheid van de omgeving, door aan te geven of er wel of geen problematische verkeerssituatie is
- afwikkelingsproblemen (file)? Op welke momenten?
- problematische verkeersveiligheid of verkeersleefbaarheid?
- parkeerproblemen? Op welke momenten?
- geen of weinig mogelijkheden voor openbaar vervoer?
- …
Planologische referentiesituatie
Geef desgevallend aan dof de situatie in verband met mobiliteit in de planologische referentiesituatie verschillend zou zijn van de situatie in verband met mobiliteit in de feitelijke referentiesituatie, als het plangebied en de omgeving ingevuld zouden zijn volgens de planologische bestemming.
Effectbespreking t.o.v. de feitelijke referentiesituatie
Er dient gemotiveerd te worden dat het plan geen aanzienlijke effecten kan veroorzaken. Onderstaande tips kunnen een hulp zijn bij het detecteren van aandachtspunten en de opbouw van de redenering om de niet-aanzienlijkheid van effecten aan te tonen. |
Bespreek eerst het bereikbaarheidsprofiel, het mobiliteitsprofiel, de modal split, het parkeergebeuren, … in de geplande situatie.
De effecten van het plan kunnen vervolgens beschreven worden a.d.h.v.:
- het bereikbaarheidsprofiel,
- het mobiliteitsprofiel,
- al dan niet aanwezige problemen inzake verkeersafwikkeling, verkeersleefbaarheid, verkeersveiligheid, parkeren, …
- de capaciteit/het draagvermogen van de omgeving,
De volgende vragen helpen je om de effecten in beeld te brengen:
- Zijn er gevoelige en kwetsbare gebieden gelegen langsheen de routes die een belangrijke verkeerstoename kennen: zoals bewoning, gemeenschapsvoorzieningen (zoals scholen, rust- en verzorgingstehuizen, ziekenhuizen), kinderdagverblijven?
- Geeft het plan aanleiding tot een verbetering van de bereikbaarheid en/of doorwaadbaarheid voor langzaam verkeer?
- Is het plangebied goed bereikbaar met het openbaar vervoer (loopafstand en fietsafstand ten aanzien van bus, tram of trein)? Op welke wijze is het plangebied ontsloten door het openbaar vervoer?
- Worden nieuwe afwikkelingsproblemen gecreëerd: worden problemen verwacht van de verkeerstoename/afwikkeling ten opzichte van de capaciteit?
- Kan het plan aanleiding geven tot een onevenwichtige parkeerbalans?
- Kan het plan aanleiding geven tot een toename in vrachtverkeer?
Als een korte motivatie volstaat:
De hierboven genoemde aspecten kunnen verwerkt worden tot een onderbouwing op de volgende manier:
Het plan voorziet in … (benoem de beperkte potentiële ingrepen). In het plangebied of de omgeving … (benoem de lage of middelmatige kwetsbaarheden of de afwezigheid van hoge kwetsbaarheden, bijvoorbeeld: een vlotte verkeersafwikkeling, …]. Het plan is niet van die aard dat het de verkeersafwikkeling, verkeersleefbaarheid, verkeersveiligheid of parkeerdruk in de omgeving aanzienlijk negatief zal beïnvloeden (voeg desgevallend een korte motivatie toe). Er kan redelijkerwijze worden geconcludeerd dat er geen aanzienlijk negatieve effecten optreden.
Als een meer uitgebreide motivatie op maat nodig is, kunnen bv. de volgende aspecten vermeld worden – indien van toepassing:
Wijziging verkeersafwikkeling:
- Op basis van het bereikbaarheidsprofiel en het mobiliteitsprofiel blijkt dat er geen verkeersafwikkelingsproblemen gekend zijn, er voldoende capaciteit is (draagvermogen omgeving voldoende bevonden); er een beperkte verkeersgeneratie wordt verwacht (kwantificeren), er een goede ontsluiting is voorzien (duiden) en er waar nodig aandacht gaat naar parkeren. Aanzienlijke effecten op mobiliteit worden niet verwacht.
- Het bijkomend verkeer vanuit het planvoornemen brengt de verkeersafwikkeling niet in het gedrang. Tijdens de maatgevende periode(s) (bijvoorbeeld ochtendspits, avondspits, periode voor aanvang evenement) blijft een vlotte afwikkeling gegarandeerd.
- Het plangebied is momenteel goed ontsloten voor autoverkeer. Er zijn momenteel geen afwikkelingsproblemen gekend. Er wordt geen noemenswaardige toename van vrachtverkeer verwacht vanuit het planvoornemen. Er is geen aanzienlijk effect op de verkeersafwikkeling te verwachten.
- Geen ontsluiting van zwaar verkeer / bijkomend verkeer via woonwijken.
- Ontsluiting via verschillende toegangswegen (verkeersgeneratie wordt verspreid).
- Er wordt een afname van bewegingen in kader van bedrijvigheid verwacht en in de plaats daarvan meer bestemmingsverkeer voor woonontwikkeling en andere stedelijke functies. Er is een goede bereikbaarheid met openbaar vervoer, waardoor de autoafhankelijkheid lager ligt, zeker voor nabije verplaatsingen. Deze toename in vervoersbewegingen is op maat van het stedelijk gebied en kan probleemloos afgewikkeld worden.
- De hoeveelheid bijkomend verkeer is zeer beperkt tegenover het huidige verkeer (m.a.w. er is een kleine procentuele toename).
- Het bijkomend verkeer wordt snel ontsloten naar het hoger wegennet.
Wijzigingen aan verkeersinfrastructuur:
- Het planvoornemen leidt tot wijzigingen aan de verkeersinfrastructuur maar leidt niet tot ruimtelijke versnippering of barrièrevorming.
- Het plan zorgt er niet voor dat bestaande linken volledig worden afgesloten, het zorgt niet voor een belangrijke verlenging van de loopafstand vanuit het plangebied naar de dichtstbijzijnde bus/tram/treinhalte of het centrum, zorgt niet voor een belangrijke omrijfactor voor fietsers of langere looptijd voor voetgangers.
- Het plan voorziet in nieuwe linken en verbindingen ten behoeve van een betere doorwaadbaarheid en/of een betere bereikbaarheid / toegankelijkheid van het plangebied.
- Motiveren dat een keuze met nadelige effecten aanvaardbaar is (bijvoorbeeld dat bepaalde fiets- en wandelpaden slechts sporadisch worden gebruikt, …) of welke alternatieven er worden aangeboden.
- Het planvoornemen zorgt niet voor een vermindering van de bereikbaarheid van terreinen voor landbouwvoertuigen.
Verkeersveiligheid en -leefbaarheid
- Het planvoornemen zorgt niet voor nieuwe conflicten, of niet voor het versterken van conflicten, tussen weggebruikers (in het bijzonder tussen gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer).
- Gelijkaardige argumenten als bij ‘Wijziging verkeersafwikkeling’.
Parkeren
- Het parkeeraanbod zal voldoen aan de parkeervraag, ondermeer doordat parkeren op eigen terrein voorzien wordt (bij aanwezigheid van een gemeentelijke parkeerverordening: aftoetsing cijfers uit de verordening aan de reële behoeften en vraag).
- Het planvoornemen laat gedeeld parkeergebruik toe voor verschillende functies die complementair zijn (dag-avondgebruik), stimuleert openbaar vervoer en langzaam verkeer, voorziet ruimte voor fietsstalplaatsen.
- Er is binnen het plangebied voldoende ruimte aanwezig om in het parkeren (gemotoriseerd + fietsers) te voorzien. Er is geen huidige parkeerdruk gekend in of nabij het plangebied.
- De voorgenomen activiteit dekt de eigen (bijkomende) parkeerbehoefte zonder belangrijk overschot.
- Om het wagenbezit bij omwonenden of toekomstige bewoners te beperken, wordt ingezet op autodelen waarvoor voorbehouden parkeerplaatsen voorzien worden.
Als er een MOBER of mobiliteitstoets gemaakt werd
Als er voor het plan eveneens een MOBER of een mobiliteitstoets gemaakt werd, dan kan deze als bijlage opgenomen worden in de plan-m.e.r.-screening. In het hoofdstuk mobiliteit wordt dan best de conclusie overgenomen en wordt verwezen naar de bijlage. Let wel:
- Een MOBER of mobiliteitstoets doet geen uitspraak over de niet-aanzienlijkheid van de effecten. Deze conclusie moet in de plan-m.e.r.-screening gemaakt worden.
- Als een MOBER of mobiliteitstoets aangeeft dat er bepaalde ‘voorwaarden’ zijn voor de haalbaarheid van het plan inzake mobiliteit, of dat er bepaalde maatregelen getroffen moeten worden, of als er aanbevelingen gemaakt worden, dan zijn er 2 mogelijkheden:
- De voorwaarden of nodige maatregelen uit het MOBER worden verankerd in het plan en maken dus deel uit van het planvoornemen, of worden verankerd door bv. tegelijk met het RUP een overeenkomst te tekenen met een wegbeheerder, een bedrijf, … of een verordening vast te stellen.
- Als ze niet verankerd (kunnen) worden: er wordt gemotiveerd dat deze niet nodig zijn om aanzienlijke effecten te vermijden.
Effectbespreking t.o.v. de planologische referentiesituatie
Als er een relevant verschil is tussen de feitelijke en de planologische referentiesituatie, dient de aanzienlijkheid van de effecten van het planvoornemen ten opzichte van de beide referentietoestanden te worden beschreven en beoordeeld.
De effecten t.o.v. de planologische referentiesituatie kunnen op dezelfde manier beschreven worden als hierboven geschetst werd voor de effecten t.o.v. de feitelijke referentiesituatie, al zal je hier meer moeten uitgaan van mogelijke kwetsbaarheden i.p.v. effectief aanwezige kwetsbaarheden.
De nadruk in de screening ligt op de meest kwetsbare referentiesituatie, soms is dat de feitelijke referentiesituatie en soms de planologische referentiesituatie.
Conclusie discipline mobiliteit
Er worden geen aanzienlijke effecten verwacht voor de discipline mobiliteit.