Rubrieken

Bijlage 1 rubriek 11

Aanleg van waterwegen en havens voor de binnenscheepvaart voor schepen van meer dan 1.350 ton.

Bijlage 1 rubriek 12

Zeehandelshavens, met het land verbonden en buiten havens gelegen pieren voor lossen en laden (met uitzondering van pieren voor veerboten) die schepen van meer dan 1.350 ton kunnen ontvangen.

Bijlage 2 rubriek 10g

Aanleg van havens en haveninstallaties, met inbegrip van visserijhavens, waaronder de aanleg van dokken en sluizen.

Bijlage 2 rubriek 10h

Aanleg van waterwegen

Definities en begrippen

Waterwegen

Volgens artikel 3, §2, 47° van het Decreet Integraal Waterbeleid een waterweg gedefinieerd als een als bevaarbaar aangeduide waterloop of kanaal met een verbindingsfunctie via het water, alsmede de havens en dokken. Deze definitie is ook hier van toepassing.

Waterwegen worden ingedeeld in zes klassen op basis van de maximaal toegelaten scheepsmaat of de zogenaamde CEMT-classificatie (klasse I, II, III, IV, V en VI). CEMT-klasse IV komt in de praktijk overeen met een waterweg voor schepen tot 1350 ton. Waterwegen voor schepen van meer dan 1350 ton moet dan ook geïnterpreteerd worden als waterwegen van CEMT-klasse V en VI.

Havens, zeehandelshavens en haveninstallaties

  • Havens: het waterwegennetwerk binnen een havengebied, inclusief visserijhavens.
  • Zeehandelshavens: het waterwegennetwerk binnen een zeehavengebied, namelijk Antwerpen, Gent, Zeebrugge en Oostende.
  • Haveninstallaties: de onroerende infrastructuren die een onlosmakelijk deel uitmaken van de waterweg en die nodig zijn voor de bediening van het waterwegennetwerk in een havengebied (zoals sluizen en pieren). Dokken en sluizen1 worden expliciet genoemd als zijnde haveninstallaties in rubriek 10g van bijlage 2. De term haveninstallaties dient dus eng geïnterpreteerd te worden.

Havens, zeehandelshavens als haveninstallaties zijn een deelgroep van de ruim te interpreteren term waterwegen.

De aanleg van en werken aan andere kleinere maritieme haveninfrastructuren valt niet onder de term aanleg van waterwegen, havens en haveninstallaties. Deze werken vallen onder de wijzigings- en uitbreidingsrubrieken indien deze tenminste leiden tot een toename van de gebruiksintensiteit. 

Aanleg van een waterweg

Aanleg van een nieuwe waterweg

De term aanleg verwijst naar het creëren van nieuwe infrastructuur, namelijk een volledig nieuwe waterweg op een locatie waar voordien geen dergelijke infrastructuur aanwezig was. Gezien de ruime definitie van waterwegen valt ook de aanleg van een nieuw dok of een nieuwe sluis onder de aanleg van een nieuwe waterweg. Een sluis, ongeacht of deze binnen of buiten een havengebied ligt, wordt beschouwd als een integraal onderdeel van de waterweg waarop ze gebouwd is. 

Onder aanleg van een nieuwe sluis wordt verstaan:

  • de aanleg van een nieuw sluizencomplex (bestaande uit één of meerdere sluizen)
  • de verlenging, verlegging of verbreding van een bestaand sluizencomplex buiten zijn huidige contouren.

Voorbeeld: De uitbreiding van een bestaand sluizencomplex met een extra sluis buiten de bestaande contouren van het complex, valt onder rubriek 11 van bijlage 1 of onder rubriek 10g of 10h van bijlage 2, afhankelijk van de CEMT-klasse van de waterweg.

Verbreding van een waterweg

De term aanleg omvat meer dan enkel de creatie van een volledig nieuwe waterweg. Ook bepaalde verbredingen van bestaande waterwegen worden beschouwd als aanleg, namelijk wanneer de verbreding erop gericht is de capaciteit van de waterweg over dat specifiek segment te verhogen.

Deze verbreding kan betrekking hebben op:

  • het verleggen van één van de oevers of beide oevers
  • zowel op (natuurlijke) waterlopen als op (kunstmatige) kanalen
  • elke verbreding die tot doel heeft om de capaciteit te verhogen, ongeacht of dit leidt tot een hogere CEMT-classificatie van de waterloop
  • verbreding van een dok of sluis binnen de bestaande contouren, mits ze gericht is op capaciteitsverhoging.

Niet elke verbreding valt onder deze definitie. Strikt lokale verbredingen,, zoals het verwijderen van een versmalling onder een brug, worden niet als aanleg beschouwd. 

Verlenging en verlegging van een waterweg

De verlenging van een bestaande waterweg valt onder de term aanleg van waterwegen. Het betreft hier immers in feite de aanleg van een nieuw stuk waterweg.

Ook de verlegging van een bestaande waterweg valt onder de term aanleg van waterwegen. Het betreft immers de aanleg van een stuk waterweg op een locatie waar voorheen nog geen waterweg was.

Interpretatie rubrieken

Rubriek 11 van bijlage 1

Deze rubriek betreft waterwegen die bestemd zijn voor schepen met een tonnenmaat van meer dan 1.350 ton (klasse V of VI). Onder deze rubriek vallen:

  • De aanleg van een nieuwe waterweg van klasse V of VI.
  • De verbreding, verlenging of verlegging van een bestaande waterweg van klasse V of VI.
  • De aanleg van een dok of sluizencomplex op een bestaande waterweg van klasse V of VI,
  • De aanpassing van een bestaande waterweg van klasse I, II, III of IV naar een waterweg van klasse V of VI.
  • Werken aan een sluizencomplex die zorgen voor een upgrade tot klasse V of VI van het complex en/of de aanliggende waterweg.

Rubriek 12 van bijlage 1

Deze rubriek betreft pierprojecten die cumulatief aan onderstaande voorwaarden voldoen:

  • Pieren die met het land verbonden zijn.
  • Pieren die buiten een havengebied gelegen zijn. De havengebieden in Vlaanderen zijn afgebakend via een gewestelijk RUP.
  • Pieren die dienen voor het lossen en laden van goederen. Pieren voor veerboten of andere soorten pieren (vb. recreatiepieren) vallen hier niet onder.
  • Pieren die schepen van meer dan 1.350 ton kunnen ontvangen.

Indien niet aan alle voorwaarden wordt voldaan, kan het project ook onder rubriek 10g van bijlage 2 vallen, indien ze tenminste in een havengebied gelegen zijn. Pieren worden immers als haveninstallatie beschouwd.

Zeehandelshavens die schepen van meer dan 1.350 ton kunnen ontvangen, zijn een subcategorie van 'havens en waterwegen'. Hetgeen over havens en waterwegen eerder werd aangegeven, geldt dus ook voor deze rubriek. 

Voor de projecten die onder deze rubrieken vallen, moet een project-MER opgemaakt worden. 

Rubriek 10g en 10h van bijlage 2

Deze rubrieken hebben betrekking op waterwegen voor schepen met een gemiddelde maximale tonnenmaat van 1.350 ton of minder (klasse I, II, III en IV).

Onder rubriek 10h vallen: 

  • de aanleg van een nieuwe waterweg van klasse I-IV
  • de verbreding, verlegging of verlenging van een bestaande waterweg van klasse I-IV
  • de aanleg van een ok of sluizencomplex op een bestaande waterweg van klasse I-IV

Voor de projecten die onder deze rubrieken vallen, moet minstens een project-m.e.r.-screening opgemaakt worden. 

Gezien de ruime interpretatie van 'aanleg van waterwegen', vallen alle projecten die bedoeld worden onder rubriek 10g ook onder rubriek 10h. Het is mogelijk dat één project onder verschillende m.e.r.-rubrieken valt.

Wijzings- en uitbreidingsrubrieken

De essentie van een wijziging of uitbreiding is dat de aanpassing een intensiteitsverhoging van de m.e.r.-plichtige activiteit(en) tot gevolg heeft. Enkel veranderingen die redelijkerwijze kunnen leiden tot een wijziging van de gebruiksintensiteit van (een deel van) de waterweginfrastructuur en/of veranderingen die redelijkerwijze een impact kunnen hebben op het watersysteem vallen onder de W/U-rubriek. Veranderingen die redelijkerwijze niet kunnen leiden tot een intensiteitsverandering of redelijkerwijze geen impact hebben op het watersysteem, vallen dus niet onder de W/U-rubriek. Voor algemene uitleg over wijzigings- en uitbreidingsrubrieken, zie aparte pagina

Voorbeelden van projecten die wel onder de W/U-rubrieken vallen:

  • aanleg van en werken aan een kaaimuur, namelijk een laad- en losplaats langs een waterweg
  • aanleg van en werken aan kleinere maritieme haveninfrastructuren die leiden tot een toename van de gebruiksintensiteit van de haven (vb. bijkomende dukdalven)

Voorbeelden van projecten die niet onder de W/U-rubrieken vallen:2

  • Het wegwerken van een verenging van de waterweg onder een brug: zolang het wegwerken van de verenging binnen de breedte van de waterweg blijft, is er geen sprake van een verbreding.
  • Werken aan een sluis of sluizencomplex die geen vergroting van een sluis inhouden (vb. sluisdeuren vervangen).
  • Instandhoudings-, herstel-, of onderhoudsbaggerwerken aan waterwegen.
  • Verdieping van een waterweg. Dit kan wel onder rubriek 10h van bijlage 2 vallen.
  • Aanleg van een vistrap op een waterweg.
  • Aanleg van een visnevengeul langs een waterweg.
  • Aanleg van een brug over een waterweg. Dit valt wel onder de rubriek 'aanleg van wegen'.
  • Aanleg van een terugpompinstallatie op een waterweg. Dit valt wel onder rubriek 10p van bijlage 2.
  • Aanleg van en werken aan tunnels en duikers onder een waterweg. De aanleg van een nieuwe tunnel valt wel onder de rubriek 'aanleg van wegen'.
  • werken aan de dijken van een waterweg

Let op: Ook al vallen deze projecten niet onder een W/U-rubriek, ze moeten nog steeds getoetst worden op relevantie voor andere m.e.r.-rubrieken.

Bijlage 1 rubriek 29

Geen enkel project met betrekking tot een wijziging of uitbreiding van een waterweg of haven valt onder rubriek 29 van bijlage 1.

Waarom niet?

Rubriek 29 van bijlage 1 is enkel van toepassing op rubrieken met een echte drempelwaarde. Hoewel rubriek 11 van bijlage 1 wel de vermelding '1.350 ton' bevat, kan die vermelding niet beschouwd worden als zijnde een échte drempel. Deze drempel verwijst naar een bepaalde categorie van waterwegen overeenkomstig de CEMT-klassen, en richt zich niet op de individuele vrachtcapaciteit van verschillende schepen. De vermelding '1.350 ton' verwijst naar het maatvoerend schip voor een waterweg. Je kan hier dan ook niet spreken van een criterium waarvan de cijferwaarde continu (zoals in een opslaghoeveelheid of oppervlakte) of in een doorlopende reeks (zoals bij aantal windturbines) kan oplopen, zoals dat voor de meeste drempelwaardes in de MER-rubrieken wel het geval is. Je kan dus zeker geen CEMT-klassen gaan samenvoegen zoals je dat met individuele capaciteiten wel doet.

Bijlage 2 rubriek 13

Projecten die beschouwd worden als een wijziging of uitbreiding van een bestaande waterweg of haven vallen steeds onder rubriek 13 van bijlage 2.

Het betreft hier dus wijzigingen of uitbreidingen aan een bestaande waterweg of haven, ongeacht of deze waterweg of haven bestemd is voor het gebruik van schepen van minder dan 1350 ton (bijlage 2).

Het is mogelijk dat een aantal relatief grote projecten onder rubriek 13 van bijlage 2 zullen vallen. Voor deze projecten is het aangewezen om een project-MER op te maken.

Aandachtspunten project-m.e.r.-screening

Voor de opmaak van de project-m.e.r.-screening kan je gebruik maken van de  project-m.e.r.-screeningstool   (zie handleiding). In de project-m.e.r.-screening kan verwezen worden naar informatie die in andere documenten van het vergunningsaanvraagdossier is opgenomen. Het is niet nodig om de informatie dubbel ter beschikking te stellen. Meer informatie over de project-m.e.r.-screeningsprocedure vind je in de algemene handleiding project-m.e.r.-screening (in opmaak).



1. Dokken vallen ook onder de ruime definitie van een waterweg. Sluizen dienen beschouwd te worden als infrastructuurwerken die onlosmakelijk deel uitmaken van de waterweg waarop deze gebouwd zijn en ze vallen derhalve ook onder de term waterwegen.

2. Er dient voor deze projecten wel nog steeds in concreto getoetst te worden of ze niet onder een andere m.e.r.-rubriek vallen en derhalve toch m.e.r.-plichtig zijn.



  • Geen labels