Putten en filters

Put

Een put is het resultaat van een boring. In de putfiche worden een reeks eigenschappen van de put beschreven waaronder bijvoorbeeld:

  • xy-coördinaat
  • Diepte
  • Beheerder
  • Datum in gebruikname

Een put kan verschillende filters bevatten.

Filter

Een filter is het geperforeerde deel van een peilbuis aanwezig in een put. De filter laat grondwater door terwijl het sediment en andere onzuiverheden tegenhoudt. Een filter is dus de plaats waar grondwaterstanden worden gemeten en het grondwater wordt bemonsterd. Een put kan verschillende filters bevatten die op verschillende diepte zijn geplaatst. De eigenschappen van een filter worden beschreven in de filterfiche.   

Instrumenten en sensoren

Instrument

Een instrument is een fysiek meettoestel, en kan gekoppeld worden aan een:

  • Filter
  • Bodemlocatie

Een instrument kan meerdere koppelingen hebben, maar niet in dezelfde periode. Omgekeerd geldt hetzelfde: een filter of bodemlocatie kan aan meerdere instrumenten gekoppeld worden, maar niet in dezelfde periode.

Sensor

Een instrument kan één of meerdere sensoren bevatten van een bepaald type.

  • Bijvoorbeeld een instrument met één luchtdruksensor en één temperatuursensor.

  • Een instrument kan ook een afgeleide sensoren bevatten, bijvoorbeeld peilmetingen. Peilmetingen zijn namelijk een berekende waarde.

  • Een instrument kan verschillende sensoren bevatten als ze telkens van een ander type zijn. De combinatie parameter en sensoridentificatie kan steeds maar 1 keer voorkomen aan het instrument.

  • Een sensoridentificatie is een codelijst die beheerbaar is bij DOV.

Hoog frequente metingen zijn steeds gekoppeld aan de sensor van een instrument. Bijvoorbeeld een druksensor van een Barologger die de hydrostatische druk meet. Het type van sensor wordt bepaald aan de hand van de parameter en optioneel de sensoridentificatie.

Indien een instrument 2 sensoren bevat die bijvoorbeeld temperatuur opmeten: Voor beide sensoren is de parameter 'Temperatuur', maar de sensoridentificatie kan bijvoorbeeld 'Temperatuur' en 'ReferentieTemperatuur' zijn.

Metingen

Manuele metingen

Aan een filter kunnen handmatig peilmetingen worden toegevoegd. Hier worden vooral laagfrequente metingen bedoeld, zoals tweewekelijkse handmatige opmetingen met een peillint, of adhoc ijkingsmetingen.

Hoogfrequente meetreeksen

Een meetreeks is een verzameling van hoogfrequente data afkomstig van een bepaald type sensor van een instrumenten gekoppeld aan een filter. Voor elk type sensor wordt een nieuwe meetreeks gevormd.

  • Bijvoorbeeld: 'Instrument_1' heeft 2 sensoren, één temperatuursensor en waterpeilsensor. Dit resulteert in 2 meetreeksen: een meetreeks van het type 'Temperatuur' en een meetreeks van het type 'grondwaterpeil boven sensor'

Inhoudstafel

  • Geen labels