Tip

In de rubriekspecifieke interpretatiehandleidingen (vb. intensieve veeteelt, wegen, stadsontwikkelingsprojecten,…) wordt ook ingegaan op de wijzigings- en uitbreidingsrubrieken aan de hand van enkele specifieke projectvoorbeelden. 

Rubrieken

Bijlage 1 rubriek 29a

Wijziging of uitbreiding van deze bijlage of bijlage 2 opgenomen projecten, als die wijziging of uitbreiding op zich voldoet aan de in deze bijlage genoemde drempelwaarden, voor zover deze bestaan.

Bijlage 1 rubriek 29b

Wijziging of uitbreiding van deze bijlage of screeningsbijlage opgenomen projecten, waarvoor reeds een vergunning is afgegeven, die zijn of worden uitgevoerd, wanneer die wijziging of uitbreiding aanleiding geeft tot een overschrijding van deze bijlage genoemde drempelwaarden (niet in rubriek 29, a) opgenomen wijziging of uitbreiding). Van deze overschrijding van de drempelwaarde is sprake ofwel als de drempelwaarde van deze bijlage voor het eerst wordt overschreden door het samenvoegen van de reeds vergunde en de nog te vergunnen activiteiten (= project) ofwel als de verschillende uitbreidingen samen, sinds de laatst verleende ontheffing of goedgekeurd MER (voor zover deze bestaan), groter zijn dan de drempelwaarde van deze bijlage. 

Bijlage 2 rubriek 13

 Wijziging of uitbreiding van projecten van bijlage 1 of bijlage 2 waarvoor al een vergunning is afgegeven en die zijn of worden uitgevoerd (niet in bijlage 1 opgenomen wijziging of uitbreiding)


Schematische voorstelling

Schema WU

Toepassingsgebied

Essentie

Is er een link tussen beide projecten en is een intensiteitsverandering (=verhoging) van de activiteit mogelijk?

Intensiteitsverandering

Enkel veranderingen die redelijkerwijze kunnen leiden tot een wijziging van de intensiteit van een activiteit en/of die kunnen leiden tot een wijziging van het gebruik (meestal: intensiever gebruik) van de infrastructuur vallen onder de W/U-rubrieken. Veranderingen aan een project (of activiteit) die geen invloed hebben op de intensiteit of het gebruik van de activiteit, vallen niet onder deze rubriek. 

Voorbeelden

  • Intensieve veeteelt – Een kleine extra loods voor het onderbrengen van tractoren en ander materieel wordt bijgebouwd op een grootschalige varkenshouderij. De milieueffecten van een varkenshouderij zijn grotendeels afhankelijk van het aantal dieren dat aanwezig is op varkenshouderij. Een toename van het aantal dieren zou leiden tot een intensiteitsverhoging. Het louter bijbouwen van een loods voor het onderbrengen van materieel dat tevoren buiten stond, zal redelijkerwijze niet leiden tot een intensiteitsverhoging en valt dus niet onder de W/U-rubriek.
  • Stadsontwikkelingsproject – De volgende renovatiewerken worden uitgevoerd aan een groot bioscoopcomplex: de betonnen voorgevel wordt vervangen door een glazen wand en in de ontvangsthal worden een aantal muren bijgezet. Dit renovatieproject leidt niet tot het creëren van meer capaciteit of tot een intensiteitsverhoging van het gebruik van het bioscoopcomplex. De renovatiewerken vallen dus niet onder de W/U-rubriek.   

Wanneer er geen duidelijke link is tussen enerzijds een reeds bestaand project (of activiteit) en anderzijds een gepland bijkomend project (of activiteit), dan is er geen sprake van een wijziging of uitbreiding, maar maakt het geplande bijkomende project een afzonderlijk project uit dat mogelijk onder één van de projectspecifieke rubrieken van bijlage 1 of 2 valt.

Wanneer er wel een duidelijke link is tussen enerzijds een reeds bestaande project (of activiteit) en anderzijds een gepland bijkomend project (of activiteit), dan is er wel sprake van een wijziging of uitbreiding van het bestaande project (of activiteit). Het vaststellen van die link dient steeds geval per geval te gebeuren.

Mogelijke criteria om een link vast te stellen (niet limitatief):

  • beide projecten sluiten ruimtelijk aan elkaar aan of de ruimtelijke afstand tussen beide projecten is beperkt,
  • beide projecten zijn soortgelijk en hebben dezelfde doelstelling,
  • beide projecten hebben dezelfde initiatiefnemer,
  • beide projecten worden gerealiseerd binnen een korte tijdspanne (maar ook bij langere tussenperiodes kan een link bestaan). 

Voorbeelden:

  • Een bestaand gemeentelijk industrieterrein van 20 ha wordt uitgebreid met 5 ha. De uitbreiding betreft tevens gemeentelijk industrieterrein, de bedrijven op de uitbreidingspercelen gebruiken dezelfde interne en externe ontsluitingsweg als de reeds bestaande bedrijven. Er is dus sprake van een duidelijke link en derhalve valt de uitbreiding met 5 ha onder de wijzigings- of uitbreidingsrubriek.
  • Het betreft een bestaand bedrijventerrein van 60 ha in de provincie A. Het verkeer van dat industrieterrein gaat quasi allemaal naar de nabijgelegen autosnelweg. Onmiddellijk aangrenzend aan dit bestaande industrieterrein ontwikkelt de gemeente X van provincie B een gemeentelijk bedrijventerrein van 5ha dat voornamelijk kantoren zal huisvesten en waarvan het verkeer zich voornamelijk via de lokale wegen naar de omliggende dorpskernen zal verplaatsten. Ondanks de ruimtelijke nabijheid moet men hier toch besluiten dat er geen sprake is van een link en dat het dus een afzonderlijk project betreft.
  • Er is reeds een ontbossing gebeurd van 2 ha en binnen een korte tijdspanne daarna wordt nog een perceel binnen hetzelfde boscomplex van 1 ha ontbost. Er is een duidelijke link aanwezig en dus valt die laatste ontbossing onder de wijzigings- of uitbreidingsrubriek.
  • Een ontbossing van 2 ha waardevol eikenbos is gebeurd in 2000 om plaats te maken voor een woonverkaveling. In 2013 wordt een aanliggend perceel van 1ha naaldhoutbos ontbost in het kader van heideherstel. Hoewel de twee bossen naast elkaar gelegen zijn, is er geen directe link tussen beide ontbossingen.

De beslissing of een project (of activiteit) onder een projectspecifieke rubriek valt, dan wel onder een wijzigings- of uitbreidingsrubriek kan in sommige gevallen bepalend zijn voor de bijlage waaronder het project valt. Bijvoorbeeld: Aansluitend bij een bestaand industrieterrein van 40 ha wordt nog eens 20 ha industrieterrein aangelegd. Wanneer die extra 20 ha als een op zich staand project wordt beschouwd, valt dit onder rubriek 10a van bijlage 2. Wanneer het als een uitbreiding wordt beschouwd, dan valt dit onder rubriek 13 van bijlage 2. 

Voorbeelden 

Rubriek 29a van bijlage 1

Deze rubriek is van toepassing het een uitbreiding of wijziging betreft van een bestaand project dat valt onder een rubriek met drempelwaarde. Rubriek 29a moet steeds samen gelezen worden met de relevante projectspecifieke rubriek uit bijlage 1. Indien de uitbreiding op zich voldoet aan de drempelwaarde van die rubriek, dan wordt het als een bijlage 1 project beschouwd.

Indien het project een uitbreiding of wijziging betreft van een bestaand project dat valt onder een rubriek zonder drempelwaarde, dan kan rubriek 29a van bijlage 1 niet afgetoetst worden. De wijziging of uitbreiding moet dan getoetst worden aan de projectspecifieke rubrieken uit bijlage 1. Indien deze voldoet aan de criteria, dan wordt de geplande wijziging/uitbreiding als een bijlage 1-project beschouwd.

Voorbeeld:

  • Rubriek 21b van bijlage 1: Installatie voor intensieve veeteelt met meer dan 60.000 plaatsen voor hennen (legkippen)

Een leghennenbedrijf, beschikt over een vergunning voor het houden van 65 000 legkippen. Een uitbreiding met 70.000 legkippen dringt zich op.  Rubriek 29a en 21b van bijlage 1 zijn in dit kader relevant: het betreft een uitbreiding van een bijlage 1 project waarbij die uitbreiding op zich de drempel van bijlage 1 nl., 60.000, overschrijdt.

Rubriek 29b van bijlage 1

Deze rubriek is van toepassing op:

  • wijzigingen of uitbreidingen van projecten uit bijlage 2 die leiden tot een eerste overschrijding van de drempel van een projectspecifieke rubriek van bijlage 1
  • wijzigingen of uitbreidingen van projecten uit bijlage 1 of 2 die stelselmatig zijn uitgebreid zonder MER of ontheffing, maar waarbij de som van deze uitbreidingen de drempelwaarde uit bijlage 1 overschrijdt.

Deze rubriek voorkomt dat projecten worden opgesplitst in kleinere deelprojecten die elk afzonderlijk net onder de drempel van een projectspecifieke rubriek van bijlage 1 blijven, maar die gezamenlijk de drempel zouden overschrijden.

Voorbeelden:

  • Rubriek 25 van bijlage 1: Installaties voor de opslag van aardolie, petrochemische of chemische producten met een capaciteit van 200.000 ton of meer.

Een bestaande opslagterminal van 350.000 ton wordt uitgebreid met 70.000 ton. Deze uitbreiding zorgt ervoor dat het totale project 420.000 ton zal beslaan. De drempel van bijlage 1 is 200.000 ton. Voor deze uitbreiding is dus enkel een screening nodig, tenzij er voor het oorspronkelijk project nog geen MER werd opgemaakt.

Indien deze installatie opnieuw met 135.000 of meer ton wordt uitgebreid en er geen project-MER werd opgemaakt bij de eerdere uitbreiding met 70.000 ton, zal een project-MER nodig zijn. De uitbreiding van 135.000 ton, samen met de voorgaande van 70.000 ton, overschrijdt namelijk cumulatief de drempel van 200.000 ton. De uitbreiding valt onder rubriek 29b van bijlage 1.

  • Rubriek 23 van bijlage 1: Steengroeven en dagbouwmijnen, met inbegrip van ontginningen van oppervlaktedelfstoffen of grind, met een terreinoppervlakte van meer dan 10 hectare, of turfwinning met een terreinoppervlakte van meer dan 150 hectare.

Een ontginner A wenst een oppervlakte van 7 ha te ontginnen in een ontginningsgebied van 11 ha. In het verleden werd reeds een MER opgemaakt voor een oppervlakte van 4 ha in hetzelfde ontginningsgebied. De drempelwaarde wordt hier niet voor het eerst overschreden want er werd reeds een project-MER opgesteld voor 4 ha. Het project valt dus niet onder rubriek 29b van bijlage 1.

Rubriek 13 van bijlage 2

Deze rubriek wijzigingen of uitbreidingen aan bijlage 1 of 2 projecten, die niet onder de wijzigings- en uitbreidingsrubrieken van bijlage 1 vallen.

  • Uitbreidingen of wijzigingen van bestaande projecten mét drempelwaarden van bijlage 1 die op zich en gecumuleerd t.o.v. de laatste rapportage niet die drempel halen.
  • Uitbreidingen of wijzigingen aan een bestaand bijlage 1 project, waarvoor er in de rubriek geen drempelwaarden bepaald zijn.
  • Uitbreidingen of wijzigingen de rubrieken van bijlage 2.



  • Geen labels